Pensioenwet

PW

Huidige tekst

Artikel 108 PW

Geldt sinds 1 juli 2015

Bescherming leden pensioenfondsbestuur, verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan 1 De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemers die staan of gestaan hebben op een kandidatenlijst voor het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan alsmede de leden en de gewezen leden van het pensioenfondsbestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan niet uit hoofde van hun kandidaatstelling voor of hun lidmaatschap van het pensioenfondsbestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan worden benadeeld in hun positie als werknemer. 2 Indien het pensioenfonds in zijn hoedanigheid als werkgever aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan een secretaris heeft toegevoegd is het eerste lid op die secretaris van overeenkomstige toepassing. 3 Het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan en een werknemer als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de werkgever gevolg dient te geven aan hetgeen in deze leden is bepaald. 4 De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met de werknemer die lid is van het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan. Indien de werkgever aan het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan een secretaris heeft toegevoegd, is de eerste zin op die secretaris van overeenkomstige toepassing. 5 De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met een werknemer die geplaatst is op een kandidatenlijst voor het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan of die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan. 6 Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing bij een opzegging gedurende de proeftijd, wegens een dringende reden, indien de werknemer schriftelijk met de opzegging instemt of indien de opzegging geschiedt wegens de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of van het onderdeel van de onderneming, waarin de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:1986:AG5202Parket bij de Hoge Raad, 28 februari 1986 (civiel recht)

    Nadere conclusie of akte in hoger beroep. Datum van ingang van notarieel invaliditeitspensioen in verband met overmachtstoestand betreffende het indienen van een daartoe strekkende aanvraag.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:185Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2026 (civiel recht)

    Het hof wijst het verzoek van de werkgever om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op grond van verval van de arbeidsplaats zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 1 jo 3 sub a Burgerlijk…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:2697Rechtbank Amsterdam, 17 april 2025 (arbeidsrecht)

    Afwijzing ontbindingsverzoek op de a- en g-grond.

  • ECLI:NL:RBNNE:2017:717Rechtbank Noord-Nederland, 28 februari 2017 (civiel recht)

    Werkgeefster heeft werknemer op staande voet ontslagen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat - kort gezegd - niet is voldaan aan het…

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:1461Gerechtshof Amsterdam, 15 april 2014 (civiel recht)

    Pensioenindexatieregeling in cao is voorwaardelijk. Zwaarwegende redenen om van (financiering van) indexatie af te zien.

  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7362Gerechtshof Amsterdam, 16 mei 2011 (civiel recht)

    Uitspraak Ondernemingskamer 16 mei 2011; De deelnemersraad van de Stichting Pensioenfonds Fluor Nederland / Stichting Pensioenfonds Fluor Nederland

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.