Pensioenwet

PW

Huidige tekst

Artikel 151 PW

Geldt sinds 1 juli 2023

Toezichthouders 1 De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met het gedragstoezicht. 2 Gedragstoezicht is toezicht gericht op de naleving van de normen ten aanzien van voorlichting in ruime zin aan en zorgvuldige bejegening in ruime zin door pensioenuitvoerders van deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden en de normen ten aanzien van de advisering van de deelnemer of gewezen deelnemer bij de uitvoering van premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen. 3 De Nederlandsche Bank N.V. is belast met het prudentieel toezicht en het materieel toezicht. 4 Prudentieel toezicht is toezicht gericht op de normen ten aanzien van de financiële soliditeit van pensioenfondsen, het bijdragen aan de financiële stabiliteit van de sector van pensioenfondsen en het beschermen van de rechten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden. 5 Materieel toezicht is toezicht gericht op alle normen in deze wet die geen onderdeel uitmaken van gedrags- of prudentieel toezicht. 6 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn de bij besluit van de toezichthouder aangewezen personen belast. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 7 Bij algemene maatregel van bestuur: a.worden regels gesteld omtrent de toedeling van de taken en bevoegdheden met betrekking tot het prudentieel toezicht, het gedragstoezicht en het materieel toezicht van deze wet aan de toezichthouders; b.worden regels gesteld over de wijze waarop de toezichthouders samenwerken; en c.worden eisen gesteld aan de toezichthouders, waaronder voorschriften gericht op een zodanige besluitvorming binnen de toezichthouder dat een onafhankelijke vervulling van de uit deze wet voortvloeiende taken en bevoegdheden is gewaarborgd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:309Hoge Raad, 9 maart 2018 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Toezichthoudersaansprakelijkheid. Toezicht DNB op pensioenfondsen. Art. 210 Pensioenwet; onbevoegdelijke doorhaling van pensioenfonds in register pensioenfondsen door…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1326Parket bij de Hoge Raad, 24 november 2017 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Toezichthoudersaansprakelijkheid. Toezicht DNB op pensioenfondsen. Art. 210 Pensioenwet; onbevoegdelijke doorhaling van pensioenfonds in register pensioenfondsen door…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:3798Rechtbank Amsterdam, 1 juni 2018 (bestuursrecht)

    De Nederlandsche Bank is op grond van artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob voor informatie betreffende de bekostiging van financieel toezicht als bestuursorgaan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2389Gerechtshof Amsterdam, 21 juni 2016 (civiel recht)

    De Nederlandse Bank niet aansprakelijk als toezichthouder op grond van art. 1:25 lid 1 Wet financieel toezicht bij uitschrijving van een pensioenfonds.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.