Pensioenwet

PW

Huidige tekst

Artikel 55 PW

Geldt sinds 1 juli 2023

Behoud aanspraak op pensioen bij beëindiging deelneming 1 Bij een solidaire premieovereenkomst of een flexibele premieovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de pensioenregeling. 2 Bij een premie-uitkeringsovereenkomst wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de pensioenregeling. Indien de gewezen deelnemer voor beëindiging van de deelneming de premie of het uit de premie voortvloeiende kapitaal heeft aangewend voor aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum behoudt de gewezen deelnemer deze pensioenaanspraak. Deze pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. In geval van premievrijmaking op grond van artikel 29, vierde lid, wordt daarmee bij de vaststelling van de opgebouwde aanspraken rekening gehouden. 3 Deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming aan een pensioenregeling naar een andere lidstaat van de Europese Unie verhuizen behouden hun pensioenaanspraak in dezelfde mate als deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven. 4 Indien de pensioenovereenkomst voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt de dekking uit hoofde van het nabestaandenpensioen voortgezet, waarbij voor de hoogte van de dekking wordt uitgegaan van de situatie op de dag voor beëindiging van de deelneming: a.gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een werkloosheidsuitkering van zijn woonland en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid; b.gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel a recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en deze uitkering ontvangt; c.gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel b recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid; d.gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na de beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en de uitkering ontvangt; of e.gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel d recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en deze uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid; dan wel f. gedurende een periode van drie maanden, tenzij in de pensioenovereenkomst een periode van zes maanden is opgenomen, rechtstreeks na beëindiging van de deelneming indien er geen sprake is van een aansluitend dienstverband of een uitkering als bedoeld in onderdeel a, b, c, d of e doch uiterlijk tot het moment dat sprake is van een nieuw dienstverband dan wel de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. 5 In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 134 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:891Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (belastingrecht)

    Art. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en 19d Wet LB. Op grond van welke bepaling in de Wet IB 2001 worden uitkeringen ontvangen van de Deutsche Rentenversicherung in de heffing betrokken?…

  • ECLI:NL:PHR:2020:556Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2020 (arbeidsrecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Procesrecht. Afwikkeling pensioenaanspraken na ontbinding arbeidsovereenkomst. Klachten over niet toestaan eiswijziging, o.a. op de grond dat dit in strijd is met…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:6030Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2022 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Heeft de voormalige werkgever de pensioenafspraken van eisende partij voldoende gefinancierd? Welke afspraken hebben partijen met elkaar gemaakt?

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:15661Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2021 (civiel recht)

    Opzegging van pensioenuitvoeringsovereenkomst bij een niet verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds, waarbij tevens risico voor arbeidsongeschiktheid was meeverzekerd (premievrijstelling met…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:211Gerechtshof Den Haag, 18 februari 2020 (civiel recht)

    pensioenrecht; uitleg pensioenovereenkomst; streefregeling; tussentijdse wijziging pensioenovereenkomst met vaste rekenrente niet rechtsgeldig overeengekomen; invloed fiscale minimum rekenrente?

  • ECLI:NL:GHAMS:2015:2133Gerechtshof Amsterdam, 2 juni 2015 (civiel recht)

    Vervolg van tussenarrest 27 novemember 2012. Arbeidsovereenkomst. Verboden onderscheid naar leeftijd door 63-jarige leeftijd als pensioendatum te hanteren.

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BX4000Rechtbank Rotterdam, 8 augustus 2012 (civiel recht)

    Gevoegde zaken. Statutair directeur. Eerste opzegging kennelijk onredelijk op grond van gevolgencriterium; eerste opzegging niet onregelmatig wegens contractueel kortere opzegtermijn voor werkgever…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.