Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

WAHV

Huidige tekst

Artikel 31 WAHV

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in artikel 3, eerste lid, omschreven bevoegdheid bevinden dat de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde administratieve sanctie, kunnen zij vorderen dat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten terstond geheel zal worden voldaan dan wel dat zekerheid wordt gesteld dat het bedrag van de bedoelde sanctie tijdig geheel zal worden voldaan.

  2. 2

    Indien de in artikel 3, eerste lid, bedoelde ambtenaren hebben vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is en waarvan aannemelijk is dat de kentekenhouder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dan wel dat de kentekenhouder geregistreerd staat voor het niet voldoen van een hem eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde sanctie, zijn zij bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring, eveneens het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en van de eerder overeenkomstig de bepalingen van deze wet opgelegde en inmiddels verschuldigde administratieve sanctie en de administratiekosten zal worden voldaan.

  3. 3

    Voldoening van het bedrag van de opgelegde administratieve sanctie en van de administratiekosten laat de bevoegdheid tegen de beschikking van de ambtenaar beroep in te stellen als omschreven in de artikelen 6 en 9 onverlet. Wordt het beroep gegrond verklaard, dan wordt het bedrag van de administratieve sanctie en van de administratiekosten teruggegeven. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2001:AA9243Parket bij de Hoge Raad, 3 januari 2001 (belastingrecht)

    Nr. 35438 3 januari 2001 gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 juni 1999, nr. 97/22511, betreffende na te…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:1446Centrale Raad van Beroep, 13 april 2017 (ambtenarenrecht)

    Strafontslag. Plichtsverzuim bestaande uit het niet volgens de regels innen en afdragen van sanctiegelden. Onvoldoende grond voor de conclusie dat appellant de ontoelaatbaarheid van zijn handelen…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AX7919Centrale Raad van Beroep, 1 juni 2006 (ambtenarenrecht)

    Strafontslag. Door betrokkene contant geïnde, niet afgedragen, administratieve sancties

  • ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8242Gerechtshof Leeuwarden, 2 november 2005 (bestuursstrafrecht)

    Art. 9 WAHV; matiging sanctie?; Staandehouding in het kader van de WAHV leidt tot strafrechtelijke aanhouding; De betrokkene betwist de rechtmatigheid daarvan. Verder voert de betrokkene aan dat hij…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.