Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

WAHV

Huidige tekst

Artikel 26 WAHV

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Verhaal op de goederen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd geschiedt krachtens een dwangbevel, medebrengende het recht om die goederen zonder vonnis aan te tasten.

  2. 2

    Het dwangbevel wordt in naam van de Koning uitgevaardigd door Onze Minister. Het wordt ten uitvoer gelegd als een vonnis van de burgerlijke rechter.

  3. 3

    Tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan verzet worden gedaan, hetwelk niet gericht zal kunnen zijn tegen de beslissing waarbij de administratieve sanctie werd opgelegd. Verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed verzetschrift. Het verzetschrift wordt binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Wordt binnen twee weken na de betekening tot inbeslagneming overgegaan, dan wordt het verzetschrift binnen een week na de dag van inbeslagneming ingediend. Bij het verzetschrift worden het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel overgelegd.

  4. 4

    Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is een griffierecht verschuldigd. De griffier wijst de indiener van het verzetschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

  5. 5

    Indien de in het derde lid bedoelde stukken niet zijn overgelegd, deelt de griffier de indiener van het verzetschrift mee dat deze stukken binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling ter griffie dienen te zijn overgelegd. Indien dit laatste niet binnen deze termijn is geschied, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

  6. 6

    De griffier brengt het verzetschrift en de daarop betrekking hebbende stukken ter kennis van Onze Minister, ten einde hem in de gelegenheid te stellen daarover de nodige opmerkingen te maken. Onze Minister stelt de betrokken gerechtsdeurwaarder ervan in kennis dat verzet is gedaan. De kantonrechter geeft zo spoedig mogelijk na afloop van deze termijn, na zo nodig degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd te hebben gehoord, althans opgeroepen om te verschijnen, zijn met redenen omklede beschikking, welke onverwijld aan degene die het verzet heeft gedaan en aan Onze Minister wordt medegedeeld. De artikelen 13a en 13b zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 13a, tweede tot en met vierde lid, en de laatste volzin van artikel 13b, eerste lid, en met dien verstande dat hetgeen in die artikelen met betrekking tot de officier van justitie is bepaald, geldt voor Onze Minister.

  7. 7

    Indien de kantonrechter het verzet gegrond oordeelt, houdt de beschikking tevens in dat aan de indiener van het verzetschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed door de griffier. In de overige gevallen kan de kantonrechter bepalen dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.

  8. 8

    Ten aanzien van derden die bij een inbeslagneming van goederen daarop geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

  9. 9

    De kosten van het verhaal krachtens dit artikel worden op gelijke voet als de administratieve sanctie op degene aan wie deze sanctie is opgelegd verhaald. Onder de kosten van het verhaal zijn begrepen de invorderingskosten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:673Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:369Parket bij de Hoge Raad, 25 maart 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of art. 13a, tweede lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften onder omstandigheden buiten…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1201Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2019 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Kan toekenning van vergoeding van kosten in de zin van art. 13a(1) WAHV categorisch…

  • ECLI:NL:PHR:2014:255Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2014 (strafrecht)

    Wederspannigheid. Art. 180 Sr. 1. Rechtmatige uitoefening van hun bediening. 2. Noodweer(exces). Ad 1. De opvatting dat het Hof bij de verwerping van het verweer (dat de verbalisanten niet werkzaam…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:758Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 februari 2026 (bestuursstrafrecht)

    Verzet tegen dwangbevel. De betrokkene heeft de ontvangst van de sanctiebeschikking en de daarop volgende aanmaningen op niet-ongeloofwaardige wijze betwist. Er zijn geen omstandigheden die maken dat…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:5787Rechtbank Noord-Nederland, 27 oktober 2025 (bestuursstrafrecht)

    Wahv. Verzet. Betwisting ontvangst inleidende beschikking en overige correspondentie. Prematuur verzet, nu het dwangbevel tot op heden niet is betekend aan betrokkene.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:5788Rechtbank Noord-Nederland, 27 oktober 2025 (bestuursstrafrecht)

    Wahv. Verzet. Betwisting verweten gedraging en ontvangst kennisgeving. Betrokkene heeft niet op een geloofwaardige manier de ontvangst betwist, waardoor de staatssecretaris niet aannemelijk hoeft te…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:17246Rechtbank Den Haag, 24 september 2025 (verbintenissenrecht)

    In deze zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de aan hem opgelegde verhogingen van verkeersboetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)…

178 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.