Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

WAHV

Huidige tekst

Artikel 11 WAHV

Geldt sinds 1 januari 2018

  1. 1

    Het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.

  2. 2

    Indien de administratieve sanctie ten minste € 225 bedraagt, dient zekerheid te worden gesteld voor de betaling van € 225 en de administratiekosten. Voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen 16 jaar oud waren, geldt de helft van de in de eerste volzin genoemde bedragen.

  3. 3

    Indien de officier van justitie geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetgekomen is, kan de in het eerste lid bedoelde termijn zonodig met vier weken worden verlengd.

  4. 4

    De zekerheid wordt door de indiener gesteld bij Onze Minister, hetzij op de door Onze Minister voorgeschreven wijze, hetzij anderszins door overboeking op de rekening van Onze Minister. De officier van justitie wijst de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

  5. 5

    Alle op een beroepschrift betrekking hebbende stukken worden, indien zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, nedergelegd ter griffie van de rechtbank. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan degene die het beroep heeft ingesteld. De betrokkene of zijn gemachtigde kan binnen een door de kantonrechter bepaalde en aan hem door de griffier medegedeelde termijn, deze stukken inzien en daarvan afschriften of uittreksels vragen. Op de voor de verstrekking van afschriften en uittreksels aan de betrokkene of zijn gemachtigde in rekening te brengen vergoedingen is het ter zake bepaalde bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:673Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Wet Mulder (Wahv). Wettelijke verhogingen van verkeersboetes bij niet-tijdige betaling in strijd met art. 6 of 7 EVRM dan wel art. 1 EP EVRM? Gevolgen van die strijd.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:376Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2024 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). (1) Het hof kan volgens de AG, gelet op de eigenstandige positie van de WAHV, bij…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2202Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2015 (strafrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Is een op geautomatiseerde wijze vaststellen van een gedraging (i.c. het niet hebben van een geldige APK…

  • ECLI:NL:PHR:2014:255Parket bij de Hoge Raad, 11 februari 2014 (strafrecht)

    Wederspannigheid. Art. 180 Sr. 1. Rechtmatige uitoefening van hun bediening. 2. Noodweer(exces). Ad 1. De opvatting dat het Hof bij de verwerping van het verweer (dat de verbalisanten niet werkzaam…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6329Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 oktober 2026 (bestuursstrafrecht)

    Meervoudig arrest. Overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Het hof ziet geen aanleiding om de lijn waarbij het sanctiebedrag wordt gematigd bij overschrijding van de redelijke termijn…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6143Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 september 2026 (bestuursstrafrecht)

    Structurele schending hoorplicht. Dat de schending van de hoorplicht de enige beroepsgrond is, vormt geen aanleiding om af te zien van matiging van het sanctiebedrag. Met de schending van de…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6121Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 september 2026 (bestuursstrafrecht)

    1. Schending hoor en wederhoor. Als de kantonrechter de zaak aanhoudt om nadere informatie in te winnen, moet hij na ontvangst van die informatie in beginsel een nieuwe zitting houden, tenzij…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5931Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026 (bestuursstrafrecht)

    Overschrijding redelijke termijn van berechting. De omstandigheid dat sprake is van een geringe overschrijding maakt niet dat er geen aanleiding is om het sanctiebedrag te matigen.

1.393 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.