Waterschapswet

Wschw

Huidige tekst

Artikel 121 Wschw

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf: a.ter zake van ingezetenen als bedoeld in artikel 117, eerste lid, onderdeel a: de woonruimte, waarbij het tarief wordt gesteld op een gelijk bedrag per woonruimte; b.ter zake van ongebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, eerste lid, onderdeel b: de oppervlakte, waarbij het tarief wordt gesteld op een gelijk bedrag per hectare; c.ter zake van ongebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, eerste lid, onderdeel c: de oppervlakte, waarbij het tarief wordt gesteld op een gelijk bedrag per hectare; d.ter zake van gebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, eerste lid, onderdeel d: de waarde die voor de onroerende zaak wordt bepaald op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het kalenderjaar, waarbij het tarief wordt gesteld op een percentage van de waarde dat voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen verschilt.

  2. 2

    Bij het bepalen van het tarief voor gebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, eerste lid, onderdeel d, is de verhouding tussen het percentage van de waarde van onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en het percentage van de waarde van onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen gelijk aan de verhouding tussen de waardeontwikkeling van onroerende zaken gelegen in het waterschap die in hoofdzaak tot woning dienen en de waardeontwikkeling van onroerende zaken in het waterschap die niet in hoofdzaak tot woning dienen ten opzichte van de waarde twee jaar voorafgaand aan inwerkingtreding van dit lid.

  3. 3

    In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de heffing ter zake van gebouwde onroerende zaken de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdelen c, h en j, van de Gemeentewet en van waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen die dienen als woning, buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde waarde.

  4. 4

    Bij de toepassing van het derde lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1235Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2024 (belastingrecht)

    Waterzuiveringsheffing; discriminatie van 2-persoonshuishoudens door forfait van 3 vervuilingseenheden bij alle meerpersoonshuishoudens (art. 122h(1) Wschw) en 1 v.e. bij 1-persoonshuishoudens?…

  • ECLI:NL:PHR:2016:193Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een woning te [Z]. Deze gemeente is gelegen in het gebied van het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland. De Heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende…

  • ECLI:NL:PHR:2014:687Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2014 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/04559 naar aanleiding van het beroep in (sprong)cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 augustus…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BL1943Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2010 (belastingrecht)

    Art. 26a Wet WOZ; art. 1 Eerste Protocol EVRM. Toepassing van de zogenoemde Fierensmarge, die de mogelijkheid tot betwisting van een bij WOZ-beschikking vastgestelde waarde beperkt, is onverenigbaar…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2344Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 september 2026 (belastingrecht)

    Watersysteemheffing en zuiveringsheffing. Te late uitspraak op bezwaar na terugwijzing door rechtbank. Geen dwangsom verschuldigd omdat rechtbank geen termijn heeft gesteld en belanghebbende de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2814Gerechtshof Amsterdam, 25 augustus 2026 (belastingrecht)

    Aanslag waterschapsbelasting; strijd met wettelijke bepalingen of rechtsbeginselen? Schending hoorrecht leidt niet tot toekenning proceskostenvergoeding vanwege bijzondere omstandigheid.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:3255Rechtbank Amsterdam, 21 mei 2025 (belastingrecht)

    Waterschapsbelasting. Ongegrond. Geen schending hoorplicht.

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:46Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 januari 2023 (belastingrecht)

    Belanghebbende is aangeslagen voor de ‘watersysteemheffing gebouwd’ en de ‘watersysteemheffing ingezetenen’. In geschil is of de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Belanghebbende…

30 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.