Waterschapswet

Wschw

Huidige tekst

Artikel 131 Wschw

Geldt sinds 1 januari 2008

Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als tegen een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking welke ten grondslag heeft gelegen aan die belastingaanslag, vangt, ingeval feiten en omstandigheden in het geding zijn die van belang zijn zowel voor de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als voor de vaststelling van de waarde op de voet van genoemd hoofdstuk IV, de termijn waarbinnen de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap uitspraak doet op het eerstbedoelde bezwaar aan, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op het tijdstip waarop de op de voet van genoemd hoofdstuk IV gegeven beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1729Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Onroerendezaakbelastingen; watersysteemheffing; art. 131 Waterschapswet; art. 4:17 Awb; art. 7 :10 Awb; aanvang beslistermijn op een bezwaar tegen een aanslag in de watersysteemheffing als eveneens…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1397Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Herhaalde niet-ontvankelijkheid. Kan de inspecteur een uitspraak op bezwaar intrekken of wijzigen zonder vernietiging van die uitspraak door de rechter? Oproep heroverweging rechtspraak Hoge Raad…

  • ECLI:NL:HR:2022:381Hoge Raad, 18 maart 2022 (belastingrecht)

    Artikel 131 Waterschapswet; in één geschrift gedane uitspraak op bezwaar; is de uitspraak op het bezwaar tegen de aanslag watersysteemheffing prematuur gedaan?; verzoek om vergoeding wettelijke rente

  • ECLI:NL:HR:2010:BO0411Hoge Raad, 15 oktober 2010 (belastingrecht)

    Art. 131 Waterschapswet. Heffingsambtenaar moet wachten met doen van uitspraak op bezwaar totdat WOZ-beschikking onherroepelijk vaststaat.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7233Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026 (belastingrecht)

    WOZ/OZB, opbrengstlimiet, ABBB, dwangsommen

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:3929Rechtbank Midden-Nederland, 27 mei 2026 (bestuursrecht)

    Watersysteemheffing gebouwd. Eiser is het niet eens met de uitspraak op bezwaar omdat er nog een geschil is over de WOZ-waarde die als heffingsaanslag is gehanteerd. De heffingsambtenaar had daarom…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1127Rechtbank Noord-Nederland, 7 april 2026 (belastingrecht)

    Beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslagen rioolheffing, afvalstoffenheffing, watersysteemheffing, zuiveringsheffing. Alle beroepen ongegrond. Er is geen sprake van overschrijding van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:2440Rechtbank Amsterdam, 12 maart 2026 (belastingrecht)

    Waterschapsbelasting. Uitspraak op bezwaar op een moment waarop de WOZ-beschikking nog niet onherroepelijk vast stond. Beroep gegrond.

45 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.