Waterschapswet

Wschw

Huidige tekst

Artikel 122 Wschw

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    In afwijking van artikel 121, eerste lid, onderdelen b, c, en d kan het algemeen bestuur in de in artikel 120, eerste lid, genoemde verordening de heffing maximaal 75% lager vaststellen voor buitendijks gelegen onroerende zaken en voor onroerende zaken die blijkens de legger, bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet als waterberging worden gebruikt.

  2. 2

    In afwijking van artikel 121, eerste lid, onderdelen b, c, en d kan het algemeen bestuur in de in artikel 120, eerste lid, genoemde verordening de heffing maximaal 100% hoger vaststellen voor onroerende zaken gelegen in bemalen gebieden.

  3. 3

    In afwijking van artikel 121, eerste lid, onderdelen b, c, en d kan het algemeen bestuur in de in artikel 120, eerste lid, genoemde verordening de heffing: a.maximaal 100% hoger vaststellen voor onroerende zaken die in hoofdzaak bestaan uit glasopstanden als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet; b.maximaal 100% hoger vaststellen voor verharde openbare wegen; c.maximaal 100% hoger vaststellen voor ongebouwde onroerende zaken die zijn gelegen in een bepaald gedeelte van het gebied van het waterschap waarin door of vanwege het algemeen bestuur van het waterschap een wateraanvoerproject tot stand wordt of is gebracht.

  4. 4

    De afwijkingen als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid kunnen naast elkaar worden toegepast.

  5. 5

    Het algemeen bestuur geeft pas toepassing aan het derde lid, onderdeel c, nadat: a.door tenminste één belanghebbende een verzoek is ingediend voor een wateraanvoerproject; b.de potentiële heffingplichtigen in de gelegenheid zijn gesteld binnen een redelijke termijn schriftelijk of elektronisch kenbaar te maken of zij het wateraanvoerproject wenselijk achten; c.ten minste de helft van de potentiële heffingplichtigen zich voor of tegen het wateraanvoerproject heeft uitgesproken; en d.ten minste twee derde deel daarvan zich vóór het wateraanvoerproject heeft uitgesproken.

  6. 6

    Potentieel heffingplichtige is degene die op het moment dat uitvoering wordt gegeven aan het vijfde lid, onderdeel b, in de basisregistratie kadaster als rechthebbende is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen rechthebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

  7. 7

    De heffing bedoeld in het derde lid, onderdeel c, kan voor de betrokken ongebouwde onroerende zaken op een verschillend of een gelijk percentage worden vastgesteld. Bij het vaststellen van een verschillend percentage kan het belang van de ongebouwde onroerende zaak bij het wateraanvoerproject vanwege onder meer de ligging en de bestemming in aanmerking worden genomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:193Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2016 (belastingrecht)

    Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een woning te [Z]. Deze gemeente is gelegen in het gebied van het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland. De Heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1163Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2014 (belastingrecht)

    Proefprocedure over de term ‘natuurterrein’ in art. 116(c) Waterschapswet; grasland dat door een agrariër wordt gemaaid, bemest en beweid (mede) tot ontwikkeling van het gebied als natuur. Het…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AR6818Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2005 (belastingrecht)

    Door gemeente teruggenomen WOZ-beschikking; geldige grondslag voor aanslag in de waterschapsomslag?

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:3248Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2021 (belastingrecht)

    Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:2891Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2020 (belastingrecht)

    Formeel recht; art. 2:14, lid 1, Algemene wet bestuursrecht; belanghebbende heeft bij het activatieproces voor het aanzetten van de Berichtenbox (van MijnOverheid) kenbaar gemaakt dat hij via de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:938Rechtbank Amsterdam, 14 februari 2020 (bestuursrecht)

    Aanslagen waterschapsbelasting. Tarief voor de categorie ‘ongebouwd’ van € 91,25 per hectare toegepast. Omdat subsidie is verleend voor het omzetten van landbouwgrond naar natuurterrein moet volgens…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:5063Rechtbank Amsterdam, 16 juli 2019 (bestuursrecht)

    Eiser vindt dat hij geen waterschapsbelasting verschuldigd is, omdat de heffingsambtenaar onvoldoende maatregelen heeft genomen om wateroverlast te voorkomen. Deze beroepsgrond slaagt niet.…

  • ECLI:NL:GHARL:2017:10902Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 december 2017 (belastingrecht)

    Watersysteemheffing. Weg. Begrip. Onverharde delen zoals bermen en bermsloten.

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.