Waterschapswet

Wschw

Huidige tekst

Artikel 122k Wschw

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Indien de heffingplichtige aannemelijk maakt dat het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan, die hij gebruikt, 1000 of minder bedraagt, en dat dit aantal aan de hand van de hoeveelheid ten behoeve van die bedrijfsruimte of dat onderdeel van die bedrijfsruimte ingenomen water bepaald kan worden, wordt dat aantal in afwijking van artikel 122g vastgesteld volgens de formule: A x B, waarbij, A = het aantal m 3 in het kalenderjaar ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water; B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij klasse acht van de in het derde lid opgenomen tabel of indien de heffingplichtige of de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap doet blijken dat een andere klasse dan acht van toepassing is, de afvalwatercoëfficiënt behorende bij een andere klasse van de in het derde lid opgenomen tabel met de klassegrenzen waarbinnen de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m 3 ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de bepaling van de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m 3 ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water.

  3. 3

    De onderstaande tabel bevat klassen met bijbehorende klassegrenzen en afvalwatercoëfficiënten: Klasse Klassegrenzen uitgedrukt in aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik per m 3 ingenomen water Afvalwatercoëfficiënt uitgedrukt in aantal vervuilingseenheden per m 3 ingenomen water in het heffingsjaar Ondergrens Bovengrens 1 > 0 0,0013 0,0010 2 > 0,0013 0,0020 0,0016 3 > 0,0020 0,0031 0,0025 4 > 0,0031 0,0048 0,0039 5 > 0,0048 0,0075 0,0060 6 > 0,0075 0,012 0,0094 7 > 0,012 0,018 0,015 8 > 0,018 0,029 0,023 9 > 0,029 0,045 0,036 10 > 0,045 0,070 0,056 11 > 0,070 0,11 0,088 12 > 0,11 0,17 0,14 13 > 0,17 0,27 0,21 14 > 0,27 0,42 0,33 15 > 0,42 0,5 4 Indien het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor de bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte meer dan 1000 bedraagt en door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de berekening van dit aantal overeenkomstig het eerste lid niet resulteert in een lager aantal vervuilingseenheden dan de berekening van dit aantal overeenkomstig artikel 122g is het eerste lid op verzoek van de heffingplichtige van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:3512Hoge Raad, 5 december 2014 (belastingrecht)

    Art. 122g en 122k Waterschapswet. Verordening zuiveringsheffing Waterschap Rijn en IJssel. Onbegrijpelijk oordeel dat belanghebbende moest weten dat zij niet langer een tabelbedrijf, maar een…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:3364Rechtbank Overijssel, 16 juni 2026 (belastingrecht)

    Artikel 122g Waterschapswet; artikel 6.12, vijfde lid, Waterschapsbesluit; Protocol T-correctie; paragraaf Protocol als kennelijk onredelijk buiten toepassing; beroep gegrond.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:434Gerechtshof Den Haag, 17 maart 2026 (belastingrecht)

    Artikel 122i en artikel 122k Waterschapswet. Aanslag zuiveringsheffing. Belanghebbende heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake was van één vervuilingseenheid. Stelling over overschrijding van de…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:4911Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Vernietiging aanslag zuiveringsheffing bedrijven 2019. Ten aanzien van de NEN-normen is niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. De Verordening is daarom in zoverre onverbindend

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:5463Rechtbank Amsterdam, 28 september 2021 (belastingrecht)

    Vernietiging aanslagen zuiveringsheffing bedrijven 2018 en 2019. Ten aanzien van de NEN-normen is niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. De verordeningen zijn daarom in zoverre onverbindend.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:3821Rechtbank Amsterdam, 16 juni 2021 (belastingrecht)

    Vernietiging aanslag zuiveringsheffing bedrijven 2018. Ten aanzien van de NEN-normen is niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. De Verordening is daarom in zoverre onverbindend.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:1802Rechtbank Rotterdam, 5 maart 2021 (belastingrecht)

    belastingrecht; zuiveringsheffing bedrijfsruimte vogelopvang; niet gelijk aan rioolheffing; vogelopvang is ondanks bassins niet als zwembad aan te merken, waarvoor een lagere afvalwatercoëfficiënt…

  • ECLI:NL:GHARL:2021:422Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 januari 2021 (belastingrecht)

    Zuiveringsheffing bedrijfsruimte; NEN-normen uitsluitend te raadplegen in bibliotheek van het NNI; niet voldaan aan kenbaarheidsvereiste.

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.