Waterschapswet

Wschw

Huidige tekst

Artikel 142 Wschw

Geldt sinds 1 januari 2005

  1. 1

    Indien ter zake van hetzelfde voorwerp van de belasting of hetzelfde belastbare feit twee of meer personen belastingplichtig zijn, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.

  2. 2

    Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld, kan de met de invordering van waterschapsbelastingen belaste ambtenaar van het waterschap de belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.

  3. 3

    De belastingschuldige die de belastingaanslag heeft voldaan kan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn belastingplicht verhalen op de overige belastingplichtigen naar evenredigheid van ieders belastingplicht.

  4. 4

    Tegen een met toepassing van het eerste lid vastgestelde belastingaanslag kan mede beroep bij de rechtbank worden ingesteld door de belastingplichtige wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld. Artikel 26a, derde lid, van de Algemene wet is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Van het derde lid kan bij overeenkomst worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:361Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2015 (belastingrecht)

    Belanghebbende en haar echtgenoot zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij wonen samen in de echtelijke woning te [Z]. De woning staat als eigendom geregistreerd op naam van de echtgenoot. Van de…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BC1589Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2009 (belastingrecht)

    Artikel 5b Waterschapswet. Provinciaal overgangsreglement. Artikel 20, lid 2 AWR. Tenaamstelling naheffingsaanslag in de grondwaterbelasting. Kan, indien het gebied waarin door een waterschap…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:141Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 januari 2025 (belastingrecht)

    De heffingsambtenaar heeft WOZ-waarden van elf onroerende zaken vastgesteld. De rechtbank heeft het beroep ten aanzien van één van deze onroerende zaken terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1778Gerechtshof Den Haag, 24 juli 2024 (belastingrecht)

    Art. 6:7, 6,9 Awb; art. 123, lid 2 Waterschapswet; art. 11, 13 Invorderingswet 1990; art. 2, 3 lid 1, Kostenwet invordering rijksbelastingen. Bezwaar tegen beschikking aanmaningskosten was terecht…

  • ECLI:NL:RBOBR:2016:2798Rechtbank Oost-Brabant, 31 mei 2016 (belastingrecht)

    Gemeenten en waterschappen zijn autonoom in het heffen en invorderen van belastingen. Het Waterschap heeft overeenkomstig zijn beleidsregels eiser als belastingplichtige aangemerkt. Dat het op grond…

  • ECLI:NL:RBGRO:2006:AX6535Rechtbank Groningen, 9 maart 2006 (belastingrecht)

    Aanslag waterschapsomslag inzake bedrijfspand is niet opgelegd aan vennootschap onder firma (vof) maar aan één van de vennoten. Nu de vof geen privaatrechtelijke rechtspersoon is, is de vof op goede…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.