Wet waardering onroerende zaken

WOZ

Huidige tekst

Artikel 17 WOZ

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Aan een onroerende zaak wordt een waarde toegekend.

  2. 2

    De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.

  3. 3

    In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, en met uitzondering van onroerende zaken die zijn ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het tweede lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met: a.de aard en de bestemming van de zaak; b.de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.

  4. 4

    In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt de waarde van een gebouwd eigendom in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het derde lid. Onder een gebouwd eigendom in aanbouw wordt verstaan een onroerende zaak of gedeelte daarvan bestaande uit een bouwwerk: a.waarvoor een omgevingsvergunning is vereist voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van die wet of b.waarvoor geldt dat het op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet verboden is het in gebruik te nemen zonder voorafgaande melding, en dat doordat het in aanbouw is nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig zijn beoogde bestemming.

  5. 5

    In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt de waarde van een gebouwd eigendom dat tot woning dient en deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 220d, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Gebouwde eigendommen die dienstbaar zijn aan de woning worden geacht deel uit te maken van die woning.

  6. 6

    Met betrekking tot een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, aanhef en onderdeel f, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele onroerende zaak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:438Hoge Raad, 20 maart 2026 (belastingrecht)

    WOZ; artikel 17, lid 3, Wet WOZ; gecorrigeerde vervangingswaarde (waardebepaling);bewijslastverdeling; richtsnoeren in taxatiewijzers.

  • ECLI:NL:HR:2026:453Hoge Raad, 20 maart 2026 (belastingrecht)

    WOZ, Artikel 17 lid 3 Wet WOZ, Gecorrigeerde vervangingswaarde (Waardebepaling), Bewijslastverdeling, Richtsnoeren in taxatiewijzers.

  • ECLI:NL:HR:2026:297Hoge Raad, 27 februari 2026 (belastingrecht)

    Artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Vallen KOUDVL-correcties en indexeringspercentages en hun onderbouwing onder de reikwijdte van die bepaling? Algemene overwegingen over de uitleg van het begrip “de…

  • ECLI:NL:HR:2026:234Hoge Raad, 13 februari 2026 (belastingrecht)

    WOZ, Artikel 17 lid 3 Wet WOZ, Gecorrigeerde vervangingswaarde (Waardebepaling), Bewijslastverdeling, Richtsnoeren in taxatiewijzers.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9784Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ, beroep gegrond, proceskostenvergoeding, de gemachtigde van belanghebbende kwalificeert als een bijzonder geval in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9780Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ, traditionele molen, beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4379Rechtbank Noord-Nederland, 8 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ. Cultuurgrondvrijstelling. Belanghebbende heeft niet genoeg bewijs geleverd dat sprake is van een commerciële aanpak. Ondanks dat er in wezen geen goede referentieobjecten zijn, zijn de waarden…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6003Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026 (belastingrecht)

    Wet WOZ, waarde woning, dwangsombeschikking, premature ingebrekestelling. Beroep ongegrond.

7.569 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.