Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 86 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    Ter bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, kan de Raad op de grondslag van Eurojust volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen een Europees openbaar ministerie instellen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement. Is er geen eenparigheid, dan kan een groep van ten minste negen lidstaten verzoeken dat het ontwerp van verordening aan de Europese Raad wordt voorgelegd. In dat geval wordt de procedure in de Raad geschorst. Na bespreking, en in geval van consensus, verwijst de Europese Raad, binnen vier maanden na die schorsing, het ontwerp ter aanneming terug naar de Raad. Binnen dezelfde termijn, in geval van verschil van mening en indien ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking wensen aan te gaan op grond van de betrokken ontwerpverordening, stellen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan in kennis. In dat geval wordt de in de artikelen 20, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 329, lid 1,van dit Verdrag bedoelde machtiging tot nauwere samenwerking geacht te zijn verleend en zijn de bepalingen betreffende nauwere samenwerking van toepassing.

  2. 2

    Het Europees openbaar ministerie is, in voorkomend geval in samenwerking met Europol, bevoegd voor het opsporen, vervolgen en voor het gerecht brengen van daders van en medeplichtigen aan strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie, zoals omschreven in de in lid 1 bedoelde verordening, schaden. Het Europees openbaar ministerie is belast met de rechtsvordering voor de bevoegde rechterlijke instanties van de lidstaten in verband met deze strafbare feiten.

  3. 3

    Het statuut van het Europees openbaar ministerie, de voorwaarden voor de uitoefening van zijn functies, de voor zijn activiteiten geldende procedurevoorschriften en de voorschriften inzake de toelaatbaarheid van bewijs en de voorschriften voor de rechterlijke toetsing van de procedurele handelingen die het in de uitoefening van zijn ambt verricht, worden bij de in lid 1 bedoelde verordeningen vastgesteld.

  4. 4

    De Europese Raad kan tegelijkertijd of later een besluit vaststellen tot wijziging van lid 1, teneinde de bevoegdheden van het Europees openbaar ministerie bij de bestrijding van ernstige criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie uit te breiden en dientengevolge tot wijziging van lid 2 wat betreft de plegers van en medeplichtigen aan zware misdrijven die verscheidene lidstaten schaden. De Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement en na raadpleging van de Commissie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2004:AF7547Hoge Raad, 7 mei 2004 (belastingrecht)

    Zeehavengeld gemeente Rotterdam.

  • ECLI:NL:PHR:2004:AF7547Parket bij de Hoge Raad, 7 mei 2004 (belastingrecht)

    Zeehavengeld gemeente Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2003:AF2293Hoge Raad, 21 maart 2003 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF2293Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2003 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RVS:2003:AF8316Raad van State, 7 mei 2003 (bestuursrecht)

    Ter zitting hebben appellanten erkend dat van mededinging tussen de veehouderijen en de vleesverwerkende industrie, waartoe appellanten behoren, geen sprake is, zodat in zoverre geen sprake is van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.