Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 267 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen a. over de uitlegging van de Verdragen, b. over de geldigheid en de uitlegging van de handelingen van de instellingen, de organen of de instanties van de Unie. Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een rechterlijke instantie van een der lidstaten, kan deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, het Hof verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen. Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een nationale rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, is deze instantie gehouden zich tot het Hof te wenden. Indien een dergelijke vraag wordt opgeworpen in een bij een nationale rechterlijke instantie aanhangige zaak betreffende een gedetineerde persoon, doet het Hof zo spoedig mogelijk uitspraak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:998Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissement van energieleverancier eind 2021. Voortzetting energieleveranties aan kleinverbruikers o.g.v. het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en het Besluit…

  • ECLI:NL:HR:2026:1730Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; premieheffing volksverzekeringen; art. 16 Verordening 883/2004; art. 2 en 4 Rijnvarendenovereenkomst; art. 267 VWEU. Is de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing op een…

  • ECLI:NL:HR:2026:1581Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1297

  • ECLI:NL:PHR:2026:931Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. medeplegen van poging tot moord en poging tot uitlokking van moord (art. 45, 46a, 47 en 289 Sr). M1: bewijsklacht poging tot uitlokking. M2: wettelijke grondslag…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13880Rechtbank Noord-Holland, 12 oktober 2026 (belastingrecht)

    Douanerecht. Beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9620Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke verstrekking van één document naar aanleiding van een verzoek in de zin van de Wet open overheid (Woo). Verzoeker is het daarmee niet eens. Hij heeft daarom…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9621Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke verstrekking van één document naar aanleiding van een verzoek in de zin van de Wet open overheid (Woo). Verzoeker is het daarmee niet eens. Hij heeft daarom…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:28894Rechtbank Den Haag, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 43, derde lid, van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV). Eiser heeft op 18 januari 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft de…

1.077 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.