Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 234 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

Wanneer aan het Europees Parlement een motie van afkeuring betreffende het beleid van de Commissie wordt voorgelegd, kan het Europees Parlement zich over deze motie niet eerder uitspreken dan ten minste drie dagen nadat de motie is ingediend en slechts bij openbare stemming. Indien de motie van afkeuring wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, welke een meerderheid van de leden van het Europees Parlement vertegenwoordigt, moeten de leden van de Commissie collectief ontslag nemen en moet ook de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zijn functie in de Commissie neerleggen. Zij blijven in functie en blijven de lopende zaken behartigen totdat overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in hun vervanging is voorzien. In dat geval verstrijkt de ambtsperiode van de ter vervanging benoemde Commissieleden op de datum waarop de ambtstermijn van de collectief tot ontslag gedwongen Commissieleden zou zijn verstreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2005:AQ7395Hoge Raad, 2 december 2005 (belastingrecht)

    Geldt een vrijstelling van omzetbelasting bij terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel? Prejudiciële vragen over uitlegging van artikel 13, A, lid 1, onderdeel i, van de Zesde richtlijn.

  • ECLI:NL:HR:2005:AU7361Hoge Raad, 2 december 2005 (belastingrecht)

    Art. 17, lid 2, Zesde richtlijn: Aftrek voorbelasting voor ondernemer ter zake van advieskosten gemaakt m.b.t. handeling van die persoon die plaatsvond vóór aanvang ondernemerschap? Prejudiciële…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AQ7395Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2005 (belastingrecht)

    Geldt een vrijstelling van omzetbelasting bij terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel? Prejudiciële vragen over uitlegging van artikel 13, A, lid 1, onderdeel i, van de Zesde richtlijn.

  • ECLI:NL:HR:2005:AU6450Hoge Raad, 18 november 2005 (europees bestuursrecht)

    Artikel 13,B, aanhef en letter d, aanhef en punt 6, van de Zesde richtlijn: uitbesteden van vermogensbeheer door beleggingsfonds, prejudiciële vraag.

  • ECLI:NL:CBB:2013:BZ7144College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 februari 2013 (europees bestuursrecht)

    bedrijfstoeslag

  • ECLI:NL:CBB:2011:BR5057College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 juni 2011 (europees bestuursrecht)

    GLB-inkomenssteun. Bedrijfstoeslag 2008. Randvoorwaardenkorting. Prejudiciële vragen inz. Richtlijn 91/629/EEG

  • ECLI:NL:GHAMS:2004:AS3379Gerechtshof Amsterdam, 28 december 2004 (europees bestuursrecht)

    De Douanekamer is op grond van eigen waarneming van het monster van oordeel dat de litigieuze ballonnen om verschillende redenen niet als speelgoed kunnen worden gekwalificeerd. De ballonnen kunnen…

  • ECLI:NL:GHAMS:2004:AS3477Gerechtshof Amsterdam, 28 december 2004 (europees bestuursrecht)

    Volgens GS-Aantekening 2 op hoofdstuk 87 van het GDT komen voor indeling in post 8701 die voertuigen in aanmerking, welke speciaal zijn gemaakt om andere werktuigen, voertuigen of lasten te trekken…

23 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.