Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 218 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    Onverminderd de bijzondere bepalingen van artikel 207 wordt bij het onderhandelen over en het sluiten van overeenkomsten tussen de Unie en derde landen of internationale organisaties de volgende procedure gevolgd.

  2. 2

    De Raad verleent machtiging tot het openen van de onderhandelingen, stelt de onderhandelingsrichtsnoeren vast, verleent machtiging tot ondertekening en sluit de overeenkomsten.

  3. 3

    De Commissie of, indien de voorgenomen overeenkomst uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, doet aanbevelingen aan de Raad, die een besluit vaststelt houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen en waarbij, naar gelang van de inhoud van de voorgenomen overeenkomst, de onderhandelaar of het hoofd van het onderhandelingsteam van de Unie wordt aangewezen.

  4. 4

    De Raad kan de onderhandelaar richtsnoeren geven en een bijzonder comité aanwijzen; de onderhandelingen moeten in overleg met dat comité worden gevoerd.

  5. 5

    De Raad stelt op voorstel van de onderhandelaar een besluit vast waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van de overeenkomst en, in voorkomend geval, in afwachting van de inwerkingtreding, tot de voorlopige toepassing ervan.

  6. 6

    De Raad stelt op voorstel van de onderhandelaar een besluit houdende sluiting van de overeenkomst vast. Tenzij de overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, stelt de Raad het besluit houdende sluiting van de overeenkomst vast: a. na goedkeuring door het Europees Parlement, in de volgende gevallen: i. associatieovereenkomsten; ii. toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; iii. overeenkomsten die door de instelling van samenwerkingsprocedures een specifiek institutioneel kader scheppen; iv. overeenkomsten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de begroting van de Unie; v. overeenkomsten betreffende gebieden waarop de gewone wetgevingsprocedure, of, indien de goedkeuring van het Europees Parlement vereist is, de bijzondere wetgevingsprocedure van toepassing is. In dringende gevallen kunnen het Europees Parlement en de Raad een termijn voor het geven van de goedkeuring overeenkomen. b. na raadpleging van het Europees Parlement in de overige gevallen. Het Europees Parlement brengt advies uit binnen een termijn die de Raad naar gelang van de urgentie kan bepalen. Indien er binnen die termijn geen advies is uitgebracht, kan de Raad besluiten.

  7. 7

    Bij de sluiting van een overeenkomst kan de Raad, in afwijking van de leden 5, 6 en 9, de onderhandelaar machtigen om de wijzigingen die krachtens de overeenkomst volgens een vereenvoudigde procedure of door een bij de overeenkomst opgericht orgaan worden aangenomen, namens de Unie goed te keuren. De Raad kan aan deze machtiging bijzondere voorwaarden verbinden.

  8. 8

    Tijdens de gehele procedure besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. De Raad besluit evenwel met eenparigheid van stemmen wanneer de overeenkomst een gebied betreft waarop handelingen van de Unie met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld, alsmede ten aanzien van de associatieovereenkomsten en de in artikel 212 bedoelde overeenkomsten met de kandidaat-lidstaten. De Raad besluit eveneens met eenparigheid van stemmen over de overeenkomst inzake toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Dit besluit houdende sluiting van die overeenkomst treedt pas in werking nadat de lidstaten het overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen hebben goedgekeurd.

  9. 9

    De Raad stelt, op voorstel van de Commissie of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, een besluit vast tot schorsing van de toepassing van een overeenkomst en tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

  10. 10

    Het Europees Parlement wordt in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd.

  11. 11

    Een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie kan het advies inwinnen van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van een voorgenomen overeenkomst met de Verdragen. Indien het Hof afwijzend adviseert, kan de voorgenomen overeenkomst niet in werking treden, behoudens in geval van wijziging daarvan of herziening van de Verdragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:377Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Unierecht. Vervoerrecht. Procesrecht. Toetsingsmaatstaf kort geding. Uitleg wettelijke grondslag Experimenteerregeling (art. 8.23a Wet Luchtvaart). Uitleg Verordening (EU) 598/2014; begrip…

  • ECLI:NL:PHR:2023:562Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2023 (belastingrecht)

    Is het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) bevoegd onderzoek te verrichten in een derde land zonder dat een overeenkomst voor administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand met dat…

  • ECLI:NL:PHR:2021:425Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Internationale arbitrage. Verdrag inzake het Energiehandvest (Energy Charter Treaty, ECT). Weens Verdragenverdrag. Vordering tot vernietiging arbitrale vonnissen (Yukos Awards) op de…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1484Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2016 (strafrecht)

    Ne bis in idem: art. 68 Sr, art. 50 Handvest van de grondrechten van de EU. OM-cassatie tegen n-o verklaring van het OM in de vervolging van verdachte t.z.v. overtreding van een bij of krachtens art.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9978Rechtbank Noord-Holland, 5 november 2021 (belastingrecht)

    Eiseres verleent, naast haar ‘market making’ activiteiten, diensten aan haar dochtervennootschappen, bestaande uit ‘support services’ en het ter beschikking stellen van software. Partijen hebben in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2018:605Rechtbank Amsterdam, 7 februari 2018 (civiel recht)

    De Amsterdamse kortgedingrechter vraagt het Hof van Justitie van de Europese Unie zich te buigen over de gevolgen van de Brexit voor het EU-burgerschap van Britse onderdanen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.