Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 38 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    De Unie bepaalt een gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid en voert dat uit. De interne markt omvat mede de landbouw, de visserij en de handel in landbouwproducten. Onder landbouwproducten worden verstaan de voortbrengselen van bodem, veeteelt en visserij alsmede de producten in eerste graad van bewerking welke met de genoemde voortbrengselen rechtstreeks verband houden. Verwijzingen naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid of naar de landbouw en het gebruik van de term landbouw worden geacht tevens te gelden als verwijzing naar de visserij, met inachtneming van de bijzondere kenmerken van de visserijsector.

  2. 2

    Voorzover in de artikelen 39 tot en met 44 niet anders is bepaald, zijn de regels voor de instelling en de werking van de interne markt van toepassing op de landbouwproducten.

  3. 3

    De producten welke vallen onder de bepalingen van de artikelen 39 tot en met 44 zijn vermeld in de lijst in bijlage I.

  4. 4

    De werking en de ontwikkeling van de interne markt voor de landbouwproducten dienen gepaard te gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:205Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Medeplegen invoer vanuit Spanje en aanwezig hebben van hennep, art. 3.A en 3.C Opiumwet. Exceptie o.b.v. Unierecht. Stelt Unierecht grenzen aan strafbaarheid o.g.v. nationale wetgeving van lidstaat…

  • ECLI:NL:PHR:2025:739Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens onder meer medeplegen opzettelijk binnen grondgebied brengen en medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hennep, art. 3.A en 3.C Opiumwet. Eerste middel betreft…

  • ECLI:NL:PHR:2025:740Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van hennep, art. 3.C Opiumwet. Eerste middel betreft overschrijding inzendtermijn in cassatie. Tweede middel bevat uos-klacht over buiten…

  • ECLI:NL:PHR:2025:30Parket bij de Hoge Raad, 7 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Aanwezig hebben van hennep en onttrekking aan verkeer van substanties die CBD en/of CBD-zuur bevatten, alsmede THC . Art. 3 Opiumwet en art. 36b-d Sr. Middelen klagen dat hof feit…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:10791Rechtbank Den Haag, 11 mei 2026 (omgevingsrecht)

    Verzoek om handhavend op te treden tegen mobiele bodemberoerende visserij die zonder omgevingsvergunning plaatsvindt vanaf schepen onder Nederlandse vlag binnen Natura 2000-gebied Doggersbank in de…

  • ECLI:NL:CBB:2025:188College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 maart 2025 (bestuursrecht)

    TVL Q4 van 2021 en Q1 van 2022. Einduitspraak na tussenuitspraak van 29 oktober 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:753). De vraag is of de onderneming valt onder het staatssteunplafond voor ondernemingen die…

  • ECLI:NL:CBB:2025:189College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 maart 2025 (bestuursrecht)

    TVL Q4 van 2021 en Q1 van 2022. De vraag is of de onderneming valt onder het staatssteunplafond voor ondernemingen die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten. Het houden en…

  • ECLI:NL:CBB:2018:310College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10 juli 2018 (bestuursrecht)

    GLB 2015 – toewijzing betalingsrechten – teelt van sedum op met (anti)worteldoek afgedekte grond – Uit de definitie van het begrip bouwland in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder f, van…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.