Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 82 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    De justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen en omvat de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op de in lid 2 en in artikel 83 genoemde gebieden. Het Europees Parlement en de Raad stellen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, maatregelen vast die ertoe strekken: a.regels en procedures vast te leggen waarmee alle soorten vonnissen en rechterlijke beslissingen overal in de Unie erkend worden; b.jurisdictiegeschillen tussen de lidstaten te voorkomen en op te lossen; c.de opleiding van magistraten en justitieel personeel te ondersteunen; d.in het kader van strafvervolging en tenuitvoerlegging van beslissingen de samenwerking tussen de justitiële of gelijkwaardige autoriteiten van de lidstaten te bevorderen.

  2. 2

    Voor zover nodig ter bevordering van de wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie, kunnen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen. In die minimumvoorschriften wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de rechtstradities en rechtsstelsels van de lidstaten. Deze minimumvoorschriften hebben betrekking op: a.de wederzijdse toelaatbaarheid van bewijs tussen de lidstaten; b.de rechten van personen in de strafvordering; c.de rechten van slachtoffers van misdrijven; d.andere specifieke elementen van de strafvordering, die door de Raad vooraf bij besluit worden bepaald. Voor de aanneming van dit besluit, besluit de Raad met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement. De vaststelling van de in dit lid bedoelde minimumvoorschriften belet de lidstaten niet een hoger niveau van bescherming voor personen te handhaven of in te voeren.

  3. 3

    Wanneer een lid van de Raad van oordeel is dat een in lid 2 bedoelde ontwerp-richtlijn afbreuk zou doen aan fundamentele aspecten van zijn strafrechtstelsel, kan hij verzoeken dat het ontwerp aan de Europese Raad wordt voorgelegd. In dat geval wordt de gewone wetgevingsprocedure geschorst. Na bespreking, en in geval van consensus, verwijst de Europese Raad, binnen vier maanden na die schorsing het ontwerp terug naar de Raad, waardoor de schorsing van de gewone wetgevingsprocedure wordt beëindigd. Binnen dezelfde termijn, in geval van verschil van mening en indien ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking wensen aan te gaan op grond van de betrokken ontwerp-richtlijn, stellen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan in kennis. In dat geval wordt de in de artikelen 20, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 329, lid 1, van dit Verdrag bedoelde machtiging tot nauwere samenwerking geacht te zijn verleend en zijn de bepalingen betreffende nauwere samenwerking van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:650Hoge Raad, 14 april 2026 (strafrecht)

    Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van…

  • ECLI:NL:HR:2023:766Hoge Raad, 30 mei 2023 (strafrecht)

    OM-cassatie na vrijspraak wegens niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van…

  • ECLI:NL:HR:2023:767Hoge Raad, 30 mei 2023 (strafrecht)

    OM-cassatie na vrijspraak wegens het niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van het…

  • ECLI:NL:HR:2023:768Hoge Raad, 30 mei 2023 (strafrecht)

    OM-cassatie na vrijspraak wegens het niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van het…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1168Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 mei 2026 (strafrecht)

    Op grond van de inhoud van het dossier stelt het hof vast dat de ANØM-data betreffende de verdachte door Nederlandse opsporingsambtenaren zijn verwerkt en geanalyseerd zonder dat daaraan een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:1412Rechtbank Amsterdam, 10 februari 2026 (strafprocesrecht)

    Bezwaarschrift tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) ex art. 6:6:8 Sv. Bezwaar gedeeltelijk gegrond.

  • ECLI:NL:HR:2023:769Hoge Raad, 30 mei 2023 (strafrecht)

    OM-cassatie na vrijspraak wegens het niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van het…

  • ECLI:NL:PHR:2023:391Parket bij de Hoge Raad, 4 april 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Aanvullende conclusie naar aanleiding van de beantwoording van prejudiciële vragen betreffende verordening nr. 273/2004. AG concludeert in het licht van die beantwoording dat verdachte…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.