Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 2 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    In de gevallen waarin bij de Verdragen op een bepaald gebied een exclusieve bevoegdheid aan de Unie wordt toegedeeld, kan alleen de Unie wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen, en kunnen de lidstaten zulks slechts zelf doen als zij daartoe door de Unie gemachtigd zijn of ter uitvoering van de handelingen van de Unie.

  2. 2

    In de gevallen waarin bij de Verdragen op een bepaald gebied een bevoegdheid aan de Unie wordt toegedeeld die zij met de lidstaten deelt, kunnen de Unie en de lidstaten wetgevend optreden en juridisch bindende handelingen vaststellen. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voor zover de Unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend. De lidstaten oefenen hun bevoegdheid weer uit voor zover de Unie besloten heeft haar bevoegdheid niet meer uit te oefenen.

  3. 3

    De lidstaten coördineren hun economisch en werkgelegenheidsbeleid overeenkomstig de in dit Verdrag gestelde nadere regels, die de Unie bevoegd is vast te stellen.

  4. 4

    De Unie is bevoegd om, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie, een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en te voeren, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid.

  5. 5

    Op bepaalde gebieden en onder de bij de Verdragen gestelde voorwaarden is de Unie bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen, zonder evenwel de bevoegdheid van de lidstaten op die gebieden over te nemen. De juridisch bindende handelingen van de Unie die op grond van de bepalingen van de Verdragen over die gebieden worden vastgesteld, kunnen generlei harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inhouden.

  6. 6

    De omvang en de voorwaarden voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie worden geregeld door de bepalingen van de Verdragen over ieder van die gebieden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26762Rechtbank Den Haag, 16 september 2026 (verbintenissenrecht)

    kort geding: Besluit houdende tijdelijke economische beperkingen voor het tegengaan van het in stand houden van de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden’ wordt niet buiten…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:4394Rechtbank Den Haag, 29 maart 2024 (vreemdelingenrecht)

    In de zaak van een Nigeriaanse man die als zogenoemde derdelander naar Nederland vluchtte toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, vraagt de vreemdelingenrechter van de rechtbank Amsterdam de hoogste…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:3825Rechtbank Den Haag, 13 maart 2024 (vreemdelingenrecht)

    Beroep asiel, 1(F), Irak. Officier PUK/peshmerga's, inlichtingendienst. Bijgedragen aan arrestatie en marteling van politieke tegenstanders, gedwongen verplaatsing Arabische bevolking, knowing and…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:11013Rechtbank Den Haag, 17 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)

    Ongewenstverklaring Duits staatsburger; voorgenomen bezoek aan Nederland; openbare orde en veiligheid; toepasselijkheid Richtlijn 2004/38.

  • ECLI:NL:CBB:2022:515College van Beroep voor het bedrijfsleven, 9 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Landbouwkwaliteitswet- en regelgeving. Bevoegdheid in rekening brengen van een tarief voor controles op naleving van regels op het gebied van groente en fruit door de Stichting…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:14501Rechtbank Den Haag, 4 november 2021 (socialezekerheidsrecht)

    De beroepsprocedure was tweede rechtsmiddel tegen intrekking van verblijfsvergunning, waarbij eiser, anders dan in bezwaarprocedure, geen rechtmatig verblijf meer had op grond van artikel 8 van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:14502Rechtbank Den Haag, 4 november 2021 (socialezekerheidsrecht)

    Geen gelijkstelling op grond van artikel 11, derde lid, van de Pw. Eiser komt niet in aanmerking voor bijstand. Evenmin sprake van dringende redenen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:15692Rechtbank Den Haag, 23 april 2021 (vreemdelingenrecht)

    artikel 1 F, inreisverbod, aanvraag afgifte verblijfsdocument afgewezen, gevaar openbare orde, geen concrete gedragsverandering, Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, art. 3 EVRM.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.