Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 263 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

Het Hof van Justitie van de Europese Unie gaat de wettigheid na van de wetgevingshandelingen, van de handelingen van de Raad, van de Commissie en van de Europese Centrale Bank, voorzover het geen aanbevelingen of adviezen betreft, en van de handelingen van het Europees Parlement en de Europese Raad die beogen rechtsgevolgen ten aanzien van derden te hebben. Het gaat ook de wettigheid na van de handelingen van de organen of instanties van de Unie waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van derden worden beoogd. Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid. Het Hof is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door de Rekenkamer, de Europese Centrale Bank of het Comité van de Regio’s ingesteld beroep dat op vrijwaring van hun prerogatieven is gericht. Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan onder de in de eerste en tweede alinea vastgestelde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn of die hem rechtstreeks en individueel raken, alsmede tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen. De handelingen tot oprichting van organen en instanties van de Unie kunnen voorzien in bijzondere voorwaarden en bepalingen inzake de beroepen welke door natuurlijke of rechtspersonen worden ingesteld tegen handelingen van deze organen of instanties waarmee rechtsgevolgen ten aanzien van hen worden beoogd. Het in dit artikel bedoelde beroep moet worden ingesteld binnen twee maanden te rekenen, al naar gelang van het geval, vanaf de dag van bekendmaking van de handeling, vanaf de dag van kennisgeving aan de verzoeker of, bij gebreke daarvan, vanaf de dag waarop de verzoeker van de handeling kennis heeft gekregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:715Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Collectieve actie. Ontvankelijkheid belangenorganisatie; statutaire doelstelling (art. 3:305a lid 1 BW); groepsactie in verband met gestelde inbreuk op staatssteunverbod (art. 107 lid 1…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1169Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2023 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Unierecht. Kort geding. Beperking van Russische vennootschap, die is opgenomen op sanctielijst bij Verordening (EU) nr. 269/2014, in uitoefening van vergader- en stemrechten als…

  • ECLI:NL:PHR:2022:9Parket bij de Hoge Raad, 3 januari 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 3 januari 2022 inzake: nrs. 20/01344, 21/02167 en 21/02407

  • ECLI:NL:PHR:2020:562Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2020 (europees civiel recht)

    Procesrecht. Europees recht. Voorlopig getuigenverhoor. Gebrek aan belang? Beschermingsbereik van art. 108 lid 3 VWEU.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8903Rechtbank Rotterdam, 21 juli 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Opheffing beslag. Spanje is in een arbitraal eindvonnis veroordeeld tot betaling van € 106 miljoen aan een Japanse investeerder. De investeerder heeft haar vordering op Spanje verkocht…

  • ECLI:NL:RVS:2025:5985Raad van State, 10 december 2025 (bestuursrecht)

    Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:7631Rechtbank Amsterdam, 29 november 2023 (verbintenissenrecht)

    kort geding. Vorderingen tot buitenwerkingstelling of opschorting Wwft (implementatiewetgeving) en antiwitwasrichtlijnen afgewezen, evenals tot stellen prejudiciel;e vragen aan HvJ-EU. Bank beperkt…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:5678Rechtbank Noord-Holland, 19 juni 2023 (belastingrecht)

    Douanerecht. Prejudiciële vraag aan HvJ EU over geldigheid van Uitvoeringsverordening (EU) 1194/2013. Antidumpingrechten op biodesel van oorsprong uit Argentinië en Indonesië.

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.