Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 355 VWEU

Geldt sinds 11 juli 2012

Naast de bepalingen van artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie over het territoriale toepassingsgebied van de Verdragen, gelden onderstaande bepalingen: 1. De bepalingen van de Verdragen zijn van toepassing op Guadeloupe, Frans Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion, Saint Martin, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, overeenkomstig artikel 349. 2. De landen en gebieden overzee waarvan de lijst als bijlage II is gehecht, vormen het onderwerp van de bijzondere associatieregeling omschreven in het vierde deel. De Verdragen zijn niet van toepassing op de landen en gebieden overzee die met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland bijzondere betrekkingen onderhouden, die niet op bovengenoemde lijst voorkomen. 3. De bepalingen van de Verdragen zijn van toepassing op de Europese grondgebieden welker buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd. 4. De bepalingen van de Verdragen zijn van toepassing op de Ålandseilanden, overeenkomstig Protocol nr. 2 bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden. 5. In afwijking van artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de leden 1 tot en met 4 van dit artikel: a.is dit Verdrag niet van toepassing op de Faeröer; b.is dit Verdrag niet van toepassing op Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, uitgezonderd voorzover nodig om de uitvoering te waarborgen van de regelingen als vervat in het protocol betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen dat gehecht is aan de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en in overeenstemming met dat protocol. c. zijn de bepalingen van dit Verdrag op de Kanaaleilanden en op het eiland Man slechts van toepassing voorzover noodzakelijk ter verzekering van de toepassing van de regeling die voor deze eilanden is vastgesteld in het op 22 januari 1972 ondertekende Verdrag betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. 6. De Europese Raad kan op initiatief van de betrokken lidstaat een besluit vaststellen tot wijziging van de status ten aanzien van de Unie van een Deens, Frans of Nederlands land of gebied als bedoeld in de leden 1 en 2. De Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van de Commissie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1328Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2024 (civiel recht)

    Caribische zaak. Overheidsprivaatrecht. Toegang advocaat uit Bonaire tot cassatiebalie.

  • ECLI:NL:HR:2024:1492Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)

    Caribische zaak. Medeplegen invoer en vervoer van cocaïne (art. 3.1 Opiumlandsverordening 1960), (medeplegen) voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 3 Vuurwapenverordening 1930) en…

  • ECLI:NL:PHR:2024:814Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Caribische zaak. Aanwezig hebben en invoer van (groothandels)hoeveelheden verdovende middelen en voorhanden hebben wapens en munitie in Curaçao. Falende middelen over 1. Verwerping van…

  • ECLI:NL:HR:2022:839Hoge Raad, 7 juni 2022 (strafrecht)

    Caribische zaak. Uitlokking tot moord op Curaçaose politicus door voormalig Minister van Financiën in Curaçao in 2013. Ongeoorloofde inbreuk op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM en EU-richtlijn…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2022:186Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 november 2022 (strafrecht)

    Veroordeling tot levenslange gevangenisstraf voor liquidaties en pogingen daartoe in Sint Maarten. Overwegingen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van de medeverdachte…

  • ECLI:NL:PHR:2022:303Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Het eerste middel bevat falende (bewijs)klachten gericht tegen het bewezenverklaarde witwassen en in het bijzonder betreffende het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Het middel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:2508Rechtbank Den Haag, 16 maart 2022 (vreemdelingenrecht)

    Verweerder heeft Spanje verantwoordelijk gehouden voor de asielaanvraag op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank is van oordeel dat dit niet de juiste grondslag was…

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:2856Gerechtshof Den Haag, 5 oktober 2021 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Uniemerken; internationale bevoegdheid; status Gibraltar; perpetuatio fori beginsel

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.