Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

VWEU

Huidige tekst

Artikel 192 VWEU

Geldt sinds 1 december 2009

  1. 1

    Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s de activiteiten vast die de Unie moet ondernemen om de doelstellingen van artikel 191 te verwezenlijken.

  2. 2

    In afwijking van de in lid 1 bedoelde besluitvormingsprocedure en onverminderd het bepaalde in artikel 114, neemt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure een besluit over: a.bepalingen van in hoofdzaak fiscale aard; b.maatregelen die van invloed zijn op: – de ruimtelijke ordening; – het kwantitatieve waterbeheer, of die rechtstreeks dan wel zijdelings betrekking hebben op de beschikbaarheid van de watervoorraden; – de bodembestemming, met uitzondering van het afvalstoffenbeheer; c.maatregelen die van aanzienlijke invloed zijn op de keuze van een lidstaat tussen verschillende energiebronnen en de algemene structuur van zijn energievoorziening. De Raad kan, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio’s, met eenparigheid van stemmen de gewone wetgevingsprocedure van toepassing verklaren op de in de eerste alinea genoemde gebieden.

  3. 3

    Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s algemene actieprogramma’s vast waarin de te verwezenlijken prioritaire doelstellingen worden vastgelegd. De voor de uitvoering van die programma’s nodige maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig lid 1, respectievelijk lid 2.

  4. 4

    Onverminderd bepaalde door de Unie vastgestelde maatregelen, dragen de lidstaten zorg voor de financiering en de uitvoering van het milieubeleid.

  5. 5

    Onverminderd het beginsel dat de vervuiler betaalt, ingeval een op grond van lid 1 vastgestelde maatregel voor de overheid van een lidstaat onevenredig hoge kosten met zich brengt, omvat deze maatregel voorzieningen in de vorm van: – ontheffingen van tijdelijke aard en/of – financiële steun uit het overeenkomstig artikel 161 per 1 december 2009: 177 opgerichte Cohesiefonds.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:182Parket bij de Hoge Raad, 25 februari 2022 (civiel recht)

    Staatsrecht. Overheidsprivaatrecht. Vordering tot onverbindendverklaring van amvb dat gebruiksverbod pesticiden bevat. Amvb berust op delegatiebepaling die strekt tot implementatie van Europese…

  • ECLI:NL:PHR:2019:887Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2019 (civiel recht)

    Klimaatzaak Urgenda. Mensenrechten. EVRM. VN-Klimaatverdrag. Bevel aan Staat om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Gevaar klimaatverandering. Beschermingsomvang art. 2 en 8 EVRM…

  • ECLI:NL:PHR:2017:883Parket bij de Hoge Raad, 9 augustus 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende is een stichting (woningcorporatie) die tot doel heeft het beheren en exploiteren van woningen. Zij is onder meer eigenaar van 97 sociale huurwoningen in de gemeente Someren. Het gaat…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6695Rechtbank Midden-Nederland, 2 oktober 2026 (omgevingsrecht)

    Aanvraag voor vangen 5 wolven met strikval op Utrechtse Heuvelrug. Maatwerkvoorschrift gesteld door GS Utrecht voor vangen met strikval. Rechtbank stelt geen prejudiciële vragen, omdat de…

  • ECLI:NL:RVS:2021:2842Raad van State, 15 december 2021 (omgevingsrecht)

    Bij besluit van 26 november 2019 heeft het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit een verzoek van Catom om haar jaarverplichting als bedoeld in titel 9.7 van de Wet milieubeheer voor het…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2173Gerechtshof Den Haag, 24 november 2020 (civiel recht)

    Wijziging besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden onverbindend?

  • ECLI:NL:RVS:2020:738Raad van State, 11 maart 2020 (bestuursrecht)

    Deze conclusie gaat over de weigering door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit om in te gaan op het verzoek van Greenpeace tot handhaving van de EU-Houtverordening jegens een aantal…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:115Rechtbank Den Haag, 16 januari 2019 (civiel recht)

    overheidsaansprakelijkheid. Geen onverbindendheid Koninklijk Besluit van 9 maart 2016 (Staatsblad 2016, nr. 112) waarbij het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden is gewijzigd.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.