Advocatenwet

Advw

Huidige tekst

Artikel 28 Advw

Geldt sinds 1 april 2024

  1. 1

    Het college van afgevaardigden stelt verordeningen vast in het belang van de goede uitoefening van de praktijk, alsmede ter waarborging van de eisen die op grond van artikel 10a daaraan worden gesteld.

  2. 2

    Het college van afgevaardigden stelt bij of krachtens verordening voorts regels betreffende: a.de eisen ter bevordering van de vakbekwaamheid van advocaten en de kwaliteit van de beroepsuitoefening; b.de verplichte aansluiting bij een klachten- en geschillenregeling, waaronder de verplichte aansluiting bij een regeling waarbij sprake is van een overeenkomst tot arbitrage, bedoeld in artikel 1020 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of van een vaststellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, op grond waarvan geschillen omtrent de hoogte van een declaratie worden afgedaan; c.een behoorlijke inrichting van de administratie van praktijkvoering voor advocaten; d.de verzekering ter zake van het risico van de beroepsaansprakelijkheid van advocaten; e.de huishouding en de organisatie van de Nederlandse orde van advocaten; en f.de doorberekening van de kosten die de Nederlandse orde van advocaten maakt in verband met de uitoefening van tuchtrechtspraak aan haar leden. 3 voorstellen voor verordeningen worden aan het college van afgevaardigden gedaan door de algemene raad of door tenminste vijf afgevaardigden. Voordat de algemene raad een voorstel bij het college van afgevaardigden indient, kan het de raden van de orden in de arrondissementen uitnodigen hun oordeel kenbaar te maken. 4 Verordeningen worden na vaststelling onverwijld medegedeeld aan Onze Minister voor Rechtsbescherming en gepubliceerd in de Staatscourant. 5 Het college van afgevaardigden stelt geen verordeningen vast met betrekking tot de uitoefening door de deken van de orde in het arrondissement van het in artikel 45a, eerste lid, artikel 24, tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 14, tweede lid, onderdeel b, van de Wet kwaliteit incassodienstverlening bedoelde toezicht of met betrekking tot de uitoefening door het college van toezicht van de in paragraaf 3a bedoelde taken en bevoegdheden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:355Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Geldigheid studiekostenbeding; Beroepsopleiding Advocatuur; noodzakelijke scholing; verplichting werkgever opleiding kosteloos aan te bieden?(Art. 7:611a lid 1, 2…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1328Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2024 (civiel recht)

    Caribische zaak. Overheidsprivaatrecht. Toegang advocaat uit Bonaire tot cassatiebalie.

  • ECLI:NL:PHR:2022:62Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verschoningsrecht ex art. 218 Sv buitenlandse advocaten in dienstbetrekking van Shell. Beklag ex art. 552a juncto 98 Sv in verband met beslag ex art. 94 Sv. OM-cassatie en cassatie…

  • ECLI:NL:PHR:2020:136Parket bij de Hoge Raad, 7 februari 2020 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Aansprakelijkheid advocaat. Advies tot omleiden geldbedrag via derdengeldrekening, waardoor pandrecht bank teniet gaat. Beroep op ontbreken causaal verband met schade van de bank…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:2284Rechtbank Oost-Brabant, 10 april 2026 (bestuursprocesrecht)

    Woo. De rechtbank is van oordeel dat de deken het Woo-verzoek van eiser had moeten doorzenden aan het dekenberaad, omdat het dekenberaad een bestuursorgaan is en daar volgens de deken de gevraagde…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1877Gerechtshof Den Haag, 22 oktober 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Studiekostenbeding overeengekomen tussen advocatenkantoor en een advocaat-stagiair. Is dit beding nietig op grond van art. 7:611a lid 4 BW? Het hof stelt hierover prejudiciële vragen…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:4133Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 mei 2023 (civiel recht)

    Paulianeus handelen, als bedoeld in artikel 3:45 BW, door verkoop en overdracht van percelen aan een advocatenkantoor, waarbij de koopsom is verrekend met de vordering van dit advocatenkantoor.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:7856Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2019 (strafrecht)

    Beschikking ingevolge artikel 98 Sv over het verschoningsrecht van advocaten in dienstbetrekking bij een internationaal opererend bedrijf. De advocaten die in Nederland gestationeerd zijn en de…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.