Advocatenwet

Advw

Huidige tekst

Artikel 29 Advw

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De verordeningen zijn verbindend voor: a.advocaten, ingeschreven op het tableau, bedoeld in artikel 1, eerste lid; b.bezoekende advocaten volgens het bepaalde in de artikelen 16d, tweede lid, en 16f; en c.rechtspersonen of samenwerkingsverbanden waarbinnen de in de onderdelen a en b bedoelde personen werkzaam zijn en die uitsluitend de rechtspraktijk uitoefenen of doen uitoefenen door advocaten dan wel door advocaten en andere beroepsbeoefenaren.

  2. 2

    Zij mogen geen bepalingen inhouden omtrent punten, waarin door of krachtens de wet is voorzien, noch treden in aangelegenheden, die zich tengevolge van het uiteenlopen der omstandigheden in de arrondissementen niet lenen voor algemene voorzieningen.

  3. 3

    De bepalingen van verordeningen, in welker onderwerp door of krachtens de wet wordt voorzien, houden van rechtswege op te gelden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:62Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Verschoningsrecht ex art. 218 Sv buitenlandse advocaten in dienstbetrekking van Shell. Beklag ex art. 552a juncto 98 Sv in verband met beslag ex art. 94 Sv. OM-cassatie en cassatie…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1633Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2014 (civiel recht)

    Procesrecht; art. 6:96 lid 2 BW; redelijke kosten ter vaststelling schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging voldoening buiten rechte. Wijze van berekening kosten. Maatstaf; omstandigheden van…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:7856Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2019 (strafrecht)

    Beschikking ingevolge artikel 98 Sv over het verschoningsrecht van advocaten in dienstbetrekking bij een internationaal opererend bedrijf. De advocaten die in Nederland gestationeerd zijn en de…

  • ECLI:NL:RVS:2018:2061Raad van State, 20 juni 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 juni 2016 heeft de Algemene Raad de door [appellant] verschuldigde financiële bijdrage over het jaar 2016 vastgesteld op een bedrag van € 790,00.

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:16141Rechtbank Den Haag, 23 december 2016 (bestuursrecht)

    Financiele bijdrage

  • ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4765Rechtbank Arnhem, 2 juli 2009 (bestuursrecht)

    Eiser heeft het verzoek gedaan om hem op grond van artikel 7, tweede lid, van de Samenwerkingsverordening 1993 ontheffing te verlenen voor het gebruik van de kantoornaam “{eiser} Advocaten”.…

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6885Rechtbank 's-Gravenhage, 5 maart 2008 (civiel recht)

    Vordering van de Belangenvereniging van Ondernemende Advocaten tot onverbindendverklaring van de Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Wid en Wet MOT) afgewezen. De Verordening, die op 1…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.