Advocatenwet

Advw

Huidige tekst

Artikel 60c Advw

Geldt sinds 1 mei 2016

  1. 1

    De deken kan de voorzitter van de raad van discipline schriftelijk verzoeken tot het instellen van een onderzoek naar de toestand waarin de praktijk van een advocaat zich bevindt, indien hij aanwijzingen heeft dat een situatie als bedoeld in artikel 60b, eerste lid, zich voordoet. Het verzoekschrift bevat de gronden waarop het berust.

  2. 2

    Bevoegd tot het indienen van een verzoekschrift is de deken van de orde waartoe de advocaat behoort. Indien de betrokken advocaat de deken is, is het in artikel 23, eerste lid, bedoelde lid van de raad van de orde bevoegd. Bevoegd tot kennisneming is de voorzitter van de raad van discipline binnen wiens ressort de betrokken advocaat kantoor houdt. De voorzitter kan zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheid door één van de plaatsvervangende voorzitters doen vervangen.

  3. 3

    De voorzitter beslist op het verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk na verhoor of behoorlijke oproeping van de deken en de betrokken advocaat. De behandeling geschiedt ter zitting met gesloten deuren, tenzij de betrokken advocaat behandeling in een openbare zitting wenst.

  4. 4

    Tegen de beslissing, bedoeld in het derde lid, kunnen de betrokken advocaat en de deken binnen veertien dagen na verzending van een afschrift van de beslissing verzet doen bij de raad van discipline. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. Het verzet schorst niet de werking van de beslissing waartegen het is gericht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA3845Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid op de voet van art. 2:248 BW.

  • ECLI:NL:GHARL:2019:3400Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 april 2019 (civiel recht)

    De deken, als orgaan van de Orde van Advocaten, heeft door het opvragen van de correspondentie tussen advocaten en hun (voormalig) cliënten indachtig het doel van zijn onderzoek de grenzen van zijn…

  • ECLI:NL:RBOVE:2017:3613Rechtbank Overijssel, 21 september 2017 (civiel recht)

    Opvragen correspondentie tussen advocaat en cliënt door de deken levert geen misbruik van bevoegdheid op.

  • ECLI:NL:RBZWB:2013:8636Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 november 2013 (civiel recht)

    Handelszaak

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4669Rechtbank 's-Gravenhage, 22 november 2010 (civiel recht)

    Kort geding. Onrechtmatige Overheidsdaad. Artikel 60c Advocatenwet. De deken heeft de Raad van Discipline verzocht om een onderzoek als bedoeld in artikel 60c lid 1 Advocatenwet in stellen tegen een…

  • ECLI:NL:RBROT:2008:BD7251Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2008 (bestuursrecht)

    Verzoeker heeft de rechtbank verzocht over te gaan tot vervallenverklaring van de uitspraak van rechtbank van 4 december 2007 omdat deze uitspraak een ernstige fout bevat, zodat er sprake is van…

  • ECLI:NL:RBARN:2006:AW7191Rechtbank Arnhem, 4 april 2006 (civiel recht)

    In de onderhavige zaak gaat het om een bijzonder procedure op grond van de Advocatenwet waarin de Raad van Discipline een onderzoek gelast en vervolgens de kosten daarvan vaststelt.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.