Advocatenwet

Advw

Huidige tekst

Artikel 9b Advw

Geldt sinds 1 maart 2020

  1. 1

    Elke advocaat, met uitzondering van de advocaat die beschikt over een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties alsmede met uitzondering van de advocaat, die overeenkomstig artikel 2a is ingeschreven is verplicht gedurende de eerste drie jaar waarin hij als zodanig is ingeschreven als stagiaire de praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een andere advocaat - hierna te noemen de patroon - en bij deze kantoor te houden.

  2. 2

    Voor stagiaires die in deeltijd werkzaam zijn wordt de duur van de stage naar evenredigheid verlengd. Voorts kan de duur van de stage met ten hoogste drie jaar worden verlengd indien de raad van de orde in het arrondissement van oordeel is dat de stagiaire nog niet over voldoende praktijkervaring beschikt. De duur van de stage kan door de raad, met goedkeuring van de algemene raad, op verzoek van de stagiaire worden verkort.

  3. 3

    Van de verplichting van de stagiaire bij een patroon kantoor te houden kan de raad vrijstelling verlenen, indien naar het oordeel van de raad een behoorlijke praktijkuitoefening, waaronder de financiering van de praktijk en de dekking van het risico van de beroepsaansprakelijkheid van de stagiaire, overeenkomstig de daaromtrent gestelde voorschriften bij of krachtens deze wet, verzekerd is. Is dit naar het oordeel van de raad niet langer het geval, dan kan een verleende vrijstelling worden ingetrokken. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om vrijstelling.

  4. 4

    Indien de raad de in het derde lid bedoelde vrijstelling heeft verleend, wijst hij, indien de stagiaire geen patroon heeft kunnen vinden die zich met de vereiste begeleiding wil belasten, een advocaat als patroon aan, tenzij dit voor de desbetreffende advocaat een onredelijke last zou vormen.

  5. 5

    Van het met gunstig gevolg voltooien van de stage wordt door de raad van de orde in het arrondissement een verklaring aan de stagiaire verstrekt.

  6. 6

    Tegen het verlengen van de duur van de stage, het weigeren of intrekken van een vrijstelling op voet van het bepaalde in het derde lid, de aanwijzing van een patroon met toepassing van het vierde lid, of de weigering van zulk een aanwijzing, dan wel de weigering om een verklaring als bedoeld in het vijfde lid te verstrekken kan een belanghebbende administratief beroep instellen bij de algemene raad.

  7. 7

    Bij of krachtens verordening als bedoeld in artikel 28 wordt bepaald wie als patroon kunnen optreden, onderscheidenlijk als patroon kunnen worden aangewezen, aan welke verplichtingen de patroon en de stagiaire hebben te voldoen, alsmede wanneer en in welke gevallen de tussen hen bestaande verhouding haar begin en einde neemt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1386Hoge Raad, 26 september 2025 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Geldigheid studiekostenbeding in verband met beroepsopleiding advocatuur, art. 7:611a lid 4 BW. Verplichting werkgever tot verstrekken scholing, art. 7:611a lid 1 BW. Verhouding art.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:355Parket bij de Hoge Raad, 21 maart 2025 (arbeidsrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Geldigheid studiekostenbeding; Beroepsopleiding Advocatuur; noodzakelijke scholing; verplichting werkgever opleiding kosteloos aan te bieden?(Art. 7:611a lid 1, 2…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1328Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2024 (civiel recht)

    Caribische zaak. Overheidsprivaatrecht. Toegang advocaat uit Bonaire tot cassatiebalie.

  • ECLI:NL:RVS:2026:613Raad van State, 4 februari 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de raad van de Rotterdamse Orde van Advocaten (hierna: Rotterdamse Orde) het verzoek van [appellante] om afgifte van een stageverklaring afgewezen en het verzoek…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1877Gerechtshof Den Haag, 22 oktober 2024 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Studiekostenbeding overeengekomen tussen advocatenkantoor en een advocaat-stagiair. Is dit beding nietig op grond van art. 7:611a lid 4 BW? Het hof stelt hierover prejudiciële vragen…

  • ECLI:NL:RVS:2022:3399Raad van State, 23 november 2022 (bestuursrecht)

    Bij brief van 10 juli 2020 heeft de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam aan [wederpartij] medegedeeld dat niet zal worden gereageerd op zijn verzoek om afgifte van de…

  • ECLI:NL:RVS:2022:3400Raad van State, 23 november 2022 (bestuursrecht)

    Bij e-mail van 25 juni 2020 heeft de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Den Haag aan [wederpartij] medegedeeld dat zijn verzoek om afgifte van de stageverklaring niet in behandeling…

  • ECLI:NL:RVS:2022:955Raad van State, 30 maart 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 april 2019 heeft de raad van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de raad van de Amsterdamse Orde), de verzoeken van [appellant] om afgifte van een…

46 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.