Advocatenwet

Advw

Huidige tekst

Artikel 46j Advw

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat: a.de raad kennelijk onbevoegd is; b.de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is; c.de klacht kennelijk ongegrond is; of d.de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.

  2. 2

    De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt met redenen omkleed. Daarbij wordt gewezen op het bepaalde in het vierde lid.

  3. 3

    Van de beslissing zendt de griffier van de raad onverwijld een afschrift aan de in het artikel 46i, eerste lid, tweede volzin, bedoelde personen en instanties.

  4. 4

    Artikel 46h is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beslissing in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:83Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 januari 2024 (verbintenissenrecht)

    Geschil tussen broer als eiser/appellant, en zus en haar voormalige advocaat (die haar bijstond in procedure omtrent verdeling nalatenschap moeder) als gedaagden/geïntimeerden. Is sprake van gezag…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.