Wet op de economische delicten

WED

Huidige tekst

Artikel 7 WED

Geldt sinds 1 april 2002

De bijkomende straffen zijn: a.ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2°, 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht, voor een tijd, de duur der vrijheidsstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaande, of, in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren; b.vervallen; c.gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor een tijd van ten hoogste een jaar; d.verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel 33 a van het Wetboek van Strafrecht; e.verbeurdverklaring van voorwerpen, behorende tot de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor zover zij soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in artikel 33 a van het Wetboek van Strafrecht; f.gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de veroordeelde in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend, voor een tijd van ten hoogste twee jaren; g.openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:630Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan/(mede)plegen overtredingen Wet milieugevaarlijke stoffen, valsheid in geschrift, gewoontewitwassen, overtreding Wet milieubeheer en deelneming aan een…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1015Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)

    Economische zaak. Zonder vergunning uitvoeren van werkzaamheden m.b.t. bedrijfsafvalstoffen (“slobs”). Opdracht geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd) door…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BK6949Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2010 (strafrecht)

    Economische zaak. Bewijsklacht. De bewezenverklaring kan niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.

  • ECLI:NL:HR:2006:AY7361Hoge Raad, 17 oktober 2006 (strafrecht)

    1. Houden van vee i.s.m. stillegging onderneming ex art. 7.c WED. 2. Verweer dat onderzoek van feitelijke aard vergt kan niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd. Ad 1. Uit de gebezigde…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6033Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6037Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6053Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10508Rechtbank Rotterdam, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Intrekken machtiging vervreemding beslagen goederen en inzagevordering. Gedeeltelijke toewijzing. Strafvorderlijk beslag op partijen hout. Machtiging tot vervreemding ex artikel 117 lid…

97 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.