Wet op de economische delicten

WED

Huidige tekst

Artikel 48 WED

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    Op het rechtgeding voor de economische politierechter zijn de artikelen 367 tot en met 381, alsmede 398, onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: 1°. in afwijking van artikel 376, eerste lid, indien de dagvaarding enkel inhoudt een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in het vorige artikel, de officier van justitie ter terechtzitting bij de aanvang van het onderzoek mondeling of, na voorlezing, schriftelijk nadere opgave van het feit kan doen en alsdan tot die nadere opgave verplicht is, indien naar het oordeel van de rechter de verdachte door die enkele aanduiding en vermelding in zijn verdediging benadeeld zou worden; 2°. schorsing van het onderzoek eveneens geschiedt, indien de officier van justitie uitstel verzoekt voor het doen van nadere opgave van het feit.

  2. 2

    Het bepaalde in het eerste lid, onder 1°-2°, vindt overeenkomstige toepassing, indien bij dagvaarding voor de meervoudige kamer is volstaan met een korte aanduiding en vermelding als bedoeld in artikel 47.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2015:1497Hoge Raad, 9 juni 2015 (strafrecht)

    Uitlevering. Afwijzing door de Rb van het verzoek om de advocaten in de Georgische strafzaken van de opgeëiste persoon als getuigen te horen. Gelet op ECLI:NL:HR:2013:BZ5399 heeft de Rb met juistheid…

  • ECLI:NL:PHR:2015:831Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2015 (strafrecht)

    Uitlevering. Afwijzing door de Rb van het verzoek om de advocaten in de Georgische strafzaken van de opgeëiste persoon als getuigen te horen. Gelet op ECLI:NL:HR:2013:BZ5399 heeft de Rb met juistheid…

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5399Hoge Raad, 26 maart 2013 (strafrecht)

    Horen van de raadsman als getuige. De klacht omtrent de afwijzing van het verzoek om de raadsman als getuige te horen, faalt omdat het horen van de advocaat die op de tz. hetzij de verdachte als…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BO8203Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2010 (strafrecht)

    Economische zaak. Art. 5 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (hierna: Wvgs). De opvatting dat het in art. 5 Wvgs neergelegde verbod om met een vervoermiddel gevaarlijke stoffen over de binnenwateren te…

  • ECLI:NL:RBMID:2011:BQ1702Rechtbank Middelburg, 31 maart 2011 (strafrecht)

    Wet Milieubeheer, ongewoon voorval niet zo spoedig mogelijk gemeld, opzettelijke overtreding door rechtspersoon, kwalificatie 'inrichting' en 'drijver'

  • ECLI:NL:GHSHE:2008:BG4644Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 november 2008 (strafrecht)

    milieustrafrecht, overtreding artikel 5 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). Verdachte is 'schipper' op binnenvaartschip. Vervoer van containers gevaarlijke stoffen (furaldehydes). 1.…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AZ0264Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2006 (strafrecht)

    Vooropgesteld moet worden dat verklaringen en mededelingen van de raadsman die ter terechtzitting, al dan niet ex art. 279.1 Sv, optreedt, niet als wettige bewijsmiddelen kunnen gelden (HR NJ 1981…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AY0139Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2006 (strafrecht)

    OM-cassatie; profijtontneming. In het recht is geen steun te vinden voor de opvatting dat indien het vonnis in de hoofdzaak, waarbij de in art. 36e.1 Sr bedoelde veroordeling is uitgesproken, niet de…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.