Wet op de economische delicten

WED

Huidige tekst

Artikel 23 WED

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  2. 2

    Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  3. 3

    Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  4. 4

    Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hen aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  5. 5

    De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld.

  6. 6

    De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:719Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzetheling, art. 416 Sr. Verwerping verweer onrechtmatige staandehouding. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:HR:2025:1511Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)

    Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) onder bodemplaat van kofferbak van auto. Reikwijdte van bevoegdheid tot ‘onderzoek’ aan vervoermiddelen a.b.i. art. 23 WED, beroep op onderscheid…

  • ECLI:NL:PHR:2025:782Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2025 (belastingrecht)

    Onrechtmatig verkregen bewijs; toezichthouder; art. 5:19 Awb; onveraccijnsde sigaretten; ‘zozeer indruist’-criterium.

  • ECLI:NL:PHR:2025:517Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 23 WED. Opsporingsambtenaren hebben een door verdachte bestuurd vervoermiddel onderzocht o.g.v. art. 23 WED om er zeker van te zijn dat er geen drukcilinders in het vervoermiddel…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2696Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 oktober 2026 (strafrecht)

    De verdachte wordt veroordeeld ter zake van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (feiten 1 en 2) tot een gevangenisstraf voor…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:2608Rechtbank Oost-Brabant, 24 april 2026 (strafrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van [met]amfetamine. Het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs wordt verworpen.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:326Gerechtshof Amsterdam, 11 februari 2026 (strafrecht)

    opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens enig voorschrift van de Wet op de economische delicten gedaan door een opsporingsambtenaar

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:211Rechtbank Gelderland, 13 januari 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man uit Rotterdam tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en de maximale taakstraf van 240 uur voor het vervoeren van 712 kilo lachgas.

97 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.