Wet op de economische delicten

WED

Huidige tekst

Artikel 29 WED

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, kan het gerecht in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, vóór de behandeling ter terechtzitting, op de vordering van het openbaar ministerie, en, indien de zaak te zijner zitting wordt behandeld, mede ambtshalve, als voorlopige maatregel bevelen: a.gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; b.onderbewindstelling van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; c.gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de verdachte in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend; d.dat de verdachte zich onthoude van bepaalde handelingen; e.dat de verdachte zorg drage, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven.

  2. 2

    Op de vorengenoemde bevelen is artikel 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd en worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de vordering van het openbaar ministerie en, voor wat betreft wijziging of opheffing van de bevelen, tevens op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: 1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; 2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1168Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan overtreding voorschriften art. 23 Brzo 1999 en art. 5.1 Brzo 1999, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. 1. Is uitvaardigen…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1218Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Economische zaak. Overtreding voorschriften art. 23 Brzo 1999 en art. 5.1 Brzo 1999, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. 1. Is uitvaardigen exploitatieverbod vereist alvorens…

  • ECLI:NL:PHR:2022:240Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag tegen beslag op partijen teakhout uit Myanmar ex art. 94 Sv. Verdenking handel in strijd met Europese Houtverordening. Derde middel roept de vraag op welke raadkamer bevoegd is…

  • ECLI:NL:PHR:2021:914Parket bij de Hoge Raad, 5 oktober 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. De AG gaat in op de vraag wanneer een tot de verdachte ingevolge art. 164 WVW 1994 gerichte vordering tot overgifte van het rijbewijs haar rechtskracht verliest zodat het besturen van…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6033Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6037Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6053Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:7717Rechtbank Oost-Brabant, 25 november 2025 (strafrecht)

    Tijdens meerdere inspecties van de NVWA is vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2, tiende lid onderdeel b, c of d van…

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.