Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 180 WVW

Geldt sinds 24 april 2021

  1. 1

    Voor wat betreft de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is artikel 6:1:16, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op rechterlijke uitspraken niet van toepassing. Een strafbeschikking houdende deze bijkomende straf is in zoverre eerst voor tenuitvoerlegging vatbaar als geen verzet meer kan worden gedaan.

  2. 2

    De rechterlijke uitspraak of strafbeschikking is voor wat betreft de bijkomende straf niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn waarvoor de veroordeelde bij een andere rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, nog niet is verstreken.

  3. 3

    Indien de rechterlijke uitspraak of strafbeschikking voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, geschiedt de tenuitvoerlegging niet dan nadat aan de veroordeelde in persoon een schrijven is uitgereikt, volgens de artikelen 36d en 36e van het Wetboek van Strafvordering, waarin het tijdstip van ingang en de duur van de ontzegging, de verplichting tot inlevering van het rijbewijs uiterlijk op dat tijdstip, alsmede het gevolg van niet tijdige inlevering worden medegedeeld.

  4. 4

    De houder van een rijbewijs is, tenzij het is ingevorderd en niet is teruggegeven, verplicht dat rijbewijs in te leveren op de plaats genoemd in het schrijven, bedoeld in het derde lid, uiterlijk op het tijdstip van ingang van de ontzegging.

  5. 5

    Teruggave vindt plaats zodra de termijn van de ontzegging is verstreken. Geen teruggave vindt plaats ten aanzien van het rijbewijs of de rijbewijzen waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 134, vierde lid, of 180, vierde lid, een verplichting tot inlevering bestaat. Degene bij wie het rijbewijs is ingeleverd geleidt in deze gevallen het rijbewijs of de rijbewijzen door naar degene bij wie de houder dat rijbewijs of die rijbewijzen had dienen in te leveren. Indien het rijbewijs op grond van artikel 123b ongeldig is dan wel indien een aantekening is geplaatst als bedoeld in dat artikel, geleidt degene bij wie het rijbewijs is ingeleverd het rijbewijs of de rijbewijzen door naar de Dienst Wegverkeer.

  6. 6

    De termijn van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen wordt van rechtswege verlengd met het aantal dagen dat is verstreken tussen het tijdstip waarop het rijbewijs ingevolge het vierde lid had moeten worden ingeleverd en het tijdstip waarop nadien die inlevering heeft plaatsgevonden.

  7. 7

    De termijn van de ontzegging wordt voorts verlengd met de tijd dat de veroordeelde gedurende de ontzegging rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

  8. 8

    Voor de toepassing van het derde, vierde, vijfde en zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:620Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid, art. 9.1 WVW 1994. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte 'wist of redelijkerwijs moest weten' van OBM? Anders dan bij…

  • ECLI:NL:PHR:2023:39Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding van art. 8 lid 2 onder a WVW en art. 9 lid 1 WVW. Middel over 1) responsieplicht hof op verweer dat de onherroepelijkheid van het vonnis van de kantonrechter waarbij…

  • ECLI:NL:PHR:2021:657Parket bij de Hoge Raad, 6 juli 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie, klacht over oordeel rechtbank dat onder invordering als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW 1994 moet worden verstaan de door de opsporingsambtenaar gedane vordering tot…

  • ECLI:NL:HR:2019:813Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)

    Rijden terwijl aan hem ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen was opgelegd (art. 9.1 WVW 1994). Heeft verdachte snorfiets bestuurd gedurende tijd dat hem bevoegdheid daartoe bij…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1110Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 april 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte wegens doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1448Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 mei 2025 (strafrecht)

    Dodelijk verkeersongeval op 10 maart 2023 te Sprang-Capelle De verdachte wordt ter zake van 'doodslag, meermalen gepleegd' (het onder 1 primair tenlastegelegde) en 'overtreding van artikel 8, tweede…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1610Rechtbank Midden-Nederland, 9 april 2025 (civiel recht)

    Gedaagde heeft via een uitzendbureau in de periode tussen 14 juni 2022 en 1 september 2022 werkzaamheden verricht voor eiser. Eiser heeft op 14 juni 2022 aan gedaagde een leaseauto ter beschikking…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3422Gerechtshof Amsterdam, 12 november 2020 (strafrecht)

    Vrijspraak van rijden tijdens OBM. Brief betreffende OBM en betekening onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Veroordeling ter zake van rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

56 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.