Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 50 WVW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De aanvrager van een tenaamstelling verschijnt persoonlijk bij een erkenninghouder die gerechtigd is motorrijtuigen en aanhangwagens te naam te stellen in het kentekenregister of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, tenzij: a.de aanvraag wordt ingediend door een erkenninghouder die gerechtigd is motorrijtuigen en aanhangwagens op te nemen in zijn bedrijfsvoorraad ten behoeve van opname in de eigen bedrijfsvoorraad, b.volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit van de aanvrager, of c.de aanvraag langs elektronische weg op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze wordt ingediend.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting om persoonlijk te verschijnen niet geldt ten aanzien van de inschrijving en tenaamstelling ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 38.

  3. 3

    Indien de aanvraag geschiedt door een in Nederland gevestigde rechtspersoon die dient te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register of waarvan de onderneming dient te zijn ingeschreven in het handelsregister en de aanvrager ingevolge het eerste lid verplicht is persoonlijk te verschijnen, geldt de verplichting voor degene die krachtens de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Indien er meerdere personen bevoegd zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen, geldt de verplichting voor een van hen. Een persoon die bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, kan bij gemachtigde verschijnen.

  4. 4

    De aanvraag van een inschrijving en tenaamstelling geschiedt overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels. Deze regels kunnen mede dienstbaar zijn aan de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting alsmede aan de afdracht van de krachtens een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst op grond van de Wet milieubeheer verschuldigde afvalbeheerbijdrage voor autowrakken en kunnen bepalen in welke gevallen het motorrijtuig of de aanhangwagen, waarvoor een inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd, voor een onderzoek ter beschikking moet worden gesteld.

  5. 5

    De Dienst Wegverkeer is bevoegd te vorderen dat de aanvrager van een inschrijving en tenaamstelling een door of vanwege Onze Minister van Financiën afgegeven bewijs overlegt, waaruit blijkt dat ter zake van het motorrijtuig of de aanhangwagen verschuldigde belastingen en rechten zijn voldaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2006:AW3995Raad van State, 26 april 2006 (bestuursrecht)

    Bij brief van 3 november 2004 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (hierna: de Algemeen Directeur) medegedeeld dat hij een overtreding van appellante van artikel 3, tweede lid, van de…

  • ECLI:NL:RVS:2003:AN7245Raad van State, 30 oktober 2003 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 juli 2003 heeft de algemeen directeur van de Dienst Wegverkeer de aan appellante toegekende bevoegdheid tot het aanvragen van zevendaagse kentekenbewijzen ingetrokken.

  • ECLI:NL:RVS:2003:AF5600Raad van State, 12 maart 2003 (bestuursrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0425Gerechtshof Amsterdam, 30 oktober 2002 (belastingrecht)

    Kentekenhouder belastingplichtig ex art. 225 .5 Gemeentewet, ook als hij niet de feitelijke houder is en de auto uitsluitend bij wege van vriendendienst op zijn naam is gezet.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.