Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 40 WVW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Het kenteken dient behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig te zijn.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting, het aanbrengen en de verlichting van het kenteken en worden regels vastgesteld omtrent de kentekenplaat en de onderdelen daarvan, alsmede de daarop aan te brengen merken.

  3. 3

    Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het bepaalde krachtens het tweede lid.

  4. 4

    Voor overtreding van het eerste lid dan wel het bepaalde krachtens het tweede of derde lid zijn aansprakelijk: a.voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder die het motorrijtuig op de weg laat staan of daarmee over de weg laat rijden, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, en b.voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder die de aanhangwagen op de weg laat staan of deze met een motorrijtuig over de weg laat voortbewegen, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2018:29Hoge Raad, 9 januari 2018 (strafrecht)

    Motorrijtuig op de weg laten staan en daarmee op de weg rijden, terwijl op dat motorrijtuig een teken is aangebracht waardoor de herkenning van het kenteken wordt bemoeilijkt, art. 41 WVW 1994.…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1412Parket bij de Hoge Raad, 5 december 2017 (strafrecht)

    Motorrijtuig op de weg laten staan en daarmee op de weg rijden, terwijl op dat motorrijtuig een teken is aangebracht waardoor de herkenning van het kenteken wordt bemoeilijkt, art. 41 WVW 1994.…

  • ECLI:NL:PHR:2017:326Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2017 (strafrecht)

    Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig…

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA0399Parket bij de Hoge Raad, 21 mei 2013 (strafrecht)

    Art. 2 Leerplichtwet 1969. Schoolverzuim. Zorgplicht van degene die het gezag over een jongere uitoefent en van degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast. HR herhaalt…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:9246Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2026 (bestuursrecht)

    In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het wegslepen van de auto door het college. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit gebaseerd is op een onjuiste…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1004Rechtbank Midden-Nederland, 17 maart 2026 (strafrecht)

    De verdachte wordt veroordeeld voor het in vereniging plegen van een gewapende overval op een juwelier. Daarnaast wordt hij in een aparte zaak veroordeeld voor kentekendiefstal en gevaarlijk…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:856Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 februari 2026 (bestuursstrafrecht)

    Kenteken niet behoorlijk zichtbaar. Er is geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de meting van de hellingshoek van de kentekenplaat. Een dergelijke meting hoeft niet met geijkte…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:428Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 januari 2026 (bestuursstrafrecht)

    Kenteken niet behoorlijk zichtbaar. De kentekenplaat was op het voertuig aangebracht in een hoek van 47 graden ten opzichte van de verticale stand. De gedraging kan worden vastgesteld.

49 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.