Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 132 WVW

Geldt sinds 24 april 2021

  1. 1

    Behoudens de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen is diegene verplicht zijn medewerking te verlenen aan de opgelegde maatregel, die zich: a.ingevolge artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel a, dient te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid, of b.ingevolge artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel b, dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid.

  2. 2

    Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het CBR onverwijld tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder. Het CBR bepaalt daarbij op welke categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, de ongeldigverklaring betrekking heeft. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld in welke gevallen sprake is van het niet verlenen van medewerking. Als het niet verlenen van de vereiste medewerking wordt mede aangemerkt het niet voldoen van de kosten binnen de termijn of termijnen die is of zijn aangegeven bij het besluit waarbij de verplichting tot een van de hierna genoemde maatregelen is opgelegd, of het niet voldoen van de kosten op de in dat besluit aangegeven wijze, van: a.de bij ministeriële regeling aangewezen educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid, of b.het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid, indien deze kosten op grond van artikel 133, vierde lid, voor rekening van betrokkene komen.

  3. 3

    Het CBR doet van het besluit mededeling aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen of instanties.

  4. 4

    De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het rijbewijs is bekend gemaakt.

  5. 5

    De houder van het ongeldig verklaarde rijbewijs dient dat rijbewijs, zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, in te leveren bij het CBR, ook indien de ongeldigverklaring niet alle categorieën betreft waarvoor het rijbewijs geldig was.

  6. 6

    Indien het rijbewijs dat voor ongeldigverklaring op grond van het tweede lid in aanmerking komt, zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij, al naar gelang de aard van het onderzoek waarop het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit betrekking heeft, beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop dat besluit betrekking heeft.

  7. 7

    Voor de toepassing van het tweede, vijfde en zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1425Hoge Raad, 8 september 2026 (strafrecht)

    Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht wetenschapsvereiste. Kan uit omstandigheden dat besluit van CBR tot…

  • ECLI:NL:PHR:2026:857Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden na ongeldigverklaring rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Wetenschap ongeldigheid rijbewijs. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het…

  • ECLI:NL:PHR:2026:900Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Diverse bewijsklachten. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar…

  • ECLI:NL:PHR:2026:479Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10362Rechtbank Rotterdam, 21 augustus 2026 (bestuursprocesrecht)

    Varia, vovo, WVW 1994, rijden onder invloed, niet meewerken, EMD-maatregel, opleggingskosten niet betaald, rijbewijs ongeldig verklaard.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7047Rechtbank Rotterdam, 22 juni 2026 (bestuursrecht)

    Ongeldig verklaring rijbewijs ivm niet (voldoende) meewerken aan rijvaardigheidsonderzoek. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:792Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 maart 2026 (strafrecht)

    Het hof veroordeelt de verdachte wegens overtreding van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

  • ECLI:NL:HR:2026:221Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Bewijsklacht bekendmakingsvereiste. Kan uit bewijsvoering volgen dat besluit waarbij rijbewijs van…

313 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.