Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 163 WVW

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en artikel 8, derde lid, onderdeel a.

  2. 2

    De bestuurder aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.

  3. 3

    De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.

  4. 4

    In het geval, bedoeld in het derde lid, of indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, of indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed is van een of meer middelen, bedoeld in artikel 8, eerste of vijfde lid, of een combinatie van die middelen met alcohol, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, of artikel 8, derde lid, onderdeel b.

  5. 5

    Indien de bestuurder zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.

  6. 6

    De bestuurder wie is bevolen zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen, is verplicht aan dit bevel gevolg te geven en zijn medewerking te verlenen. Hem wordt door een arts of een verpleegkundige zoveel bloed afgenomen als voor het onderzoek noodzakelijk is.

  7. 7

    Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, door een arts of een verpleegkundige de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd.

  8. 8

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de wijze van uitvoering van artikel 160, vijfde lid, en van dit artikel. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op de mogelijkheid tot het doen verrichten van een tegenonderzoek. Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden in de bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen voorschriften ter uitvoering van die regels vastgesteld.

  9. 9

    Het eerste tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de begeleider.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:874Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8.2.a WVW 1994). Bestanddeel “onderzoek” a.b.i. art. 8.2.a WVW 1994. Sprake van schending strikte waarborgen nu uit uitslagformulier ademonderzoek…

  • ECLI:NL:PHR:2026:780Parket bij de Hoge Raad, 18 augustus 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Schending art. 311.2 Sv: P-v zitting houdt niet in dat raadsman in gelegenheid is gesteld te reageren op requisitoir OM. Verzuim kan volgens AG voor gedekt worden gehouden nu (i)…

  • ECLI:NL:PHR:2026:582Parket bij de Hoge Raad, 16 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Weigering mee te werken aan een bloedonderzoek (art. 163 lid 6 WVW). Jaddoe. Falend middel over bewijs van opzet. Conclusie strekt tot verwerping.

  • ECLI:NL:PHR:2026:372Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Overtreding art. 9 lid 7 WVW 1994. Besturen personenauto, terwijl rijbewijs is ingevorderd en niet is teruggegeven. Middelen gaan over het gebruik voor het bewijs van een bepaalde…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7334Rechtbank Midden-Nederland, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte voor meerdere strafbare feiten. De verdachte heeft kleinere hoeveelheden cocaïne vervoerd, afgeleverd en verstrekt, op de openbare weg gereden, terwijl zijn…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4142Rechtbank Noord-Nederland, 30 september 2026 (materieel strafrecht)

    Vrijspraak van artikel 6 WVW 1994: rechtbank kan niet vaststellen wat de oorzaak is geweest van het terechtkomen van verdachte op de verkeerde weghelft. Vrijspraak van artikel 163 WVW 1994: verdachte…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2790Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2026 (strafrecht)

    Artikelen 163 lid 6 & 9 lid 2 Wegenverkeerswet. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, proeftijd 2 jaren. Taakstraf voor de duur van 100 uren. 10 maanden ontzegging van de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2792Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2026 (strafrecht)

    Weigeren bloedproef. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Taakstraf voor de duur van 40 uren. Ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 maanden.

721 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.