Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 160 WVW

Geldt sinds 24 april 2021

  1. 1

    Op de eerste vordering van de in artikel 159 bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat motorrijtuig te doen stilhouden alsmede de volgende bewijzen behoorlijk ter inzage af te geven: a.de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen delen van het kentekenbewijs, dan wel het in artikel 37, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bewijs, en, indien met het motorrijtuig een aanhangwagen wordt voortbewogen, de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen delen van het kentekenbewijs van de aanhangwagen, dan wel het in artikel 37, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bewijs voor de aanhangwagen; b.het rijbewijs dan wel het hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs en, indien hem buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven, dat bewijs; c.het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, bedoeld in artikel 151b, onderdeel a, vereiste getuigschrift; d.indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift ontheffing is verleend, de beschikking houdende verlening van ontheffing; e.een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten, indien hij ter zake van het besturen van het motorrijtuig op grond van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift dient te beschikken over een dergelijke kaart; f.de begeleiderspas.

  2. 2

    Indien het kentekenbewijs is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig het krachtens deze wet bepaalde is voorzien van een identificatieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde termijn.

  3. 3

    Op de eerste vordering van de in artikel 159 bedoelde personen is de bestuurder van een voertuig, niet zijnde een motorrijtuig, verplicht dat voertuig te doen stilhouden en, indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift ontheffing is verleend, de beschikking houdende verlening van ontheffing behoorlijk ter inzage af te geven.

  4. 4

    De in artikel 159 bedoelde personen zijn bevoegd zich te vergewissen van de naleving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften en zo nodig een voertuig ten aanzien waarvan zij een onderzoek wensen in te stellen, naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen voeren. De bestuurder van het voertuig ten aanzien waarvan dit onderzoek wenselijk wordt geoordeeld, en de bestuurder van het voertuig waardoor een aanhangwagen wordt voortbewogen ten aanzien waarvan zodanig onderzoek wenselijk wordt geoordeeld, zijn verplicht desgevorderd hun tot het onderzoek noodzakelijke medewerking te verlenen en desverlangd de in artikel 159 bedoelde personen in hun voertuig te vervoeren.

  5. 5

    Op de eerste vordering van een van de in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen zijn de bestuurder van een voertuig, degene die aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen en de begeleider, verplicht hun medewerking te verlenen aan: a.een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, eerste of vijfde lid, b.een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, tweede of derde lid, of c.een onderzoek van speeksel, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, vijfde lid, alsmede de aanwijzingen die die persoon in dat kader geeft, op te volgen.

  6. 6

    De bestuurder van een voertuig of de begeleider, die door een der in artikel 159 bedoelde personen in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift, is verplicht de hem door die persoon ter bescherming van bij het verkeer betrokken belangen gegeven bevelen op te volgen.

  7. 7

    Op eerste vordering van de in artikel 159 bedoelde personen is de begeleider verplicht zijn rijbewijs behoorlijk ter inzage af te geven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:719Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Opzetheling, art. 416 Sr. Verwerping verweer onrechtmatige staandehouding. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

  • ECLI:NL:HR:2025:1511Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)

    Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) onder bodemplaat van kofferbak van auto. Reikwijdte van bevoegdheid tot ‘onderzoek’ aan vervoermiddelen a.b.i. art. 23 WED, beroep op onderscheid…

  • ECLI:NL:PHR:2025:992Parket bij de Hoge Raad, 16 september 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 8 en 5 WVW 1994. Met MDMA in auto rijden en ongeluk veroorzaken. Middel 1 gaat over ontbreken respons hof op uos dat bloedafname en bloedonderzoek zijn uitgevoerd in opdracht…

  • ECLI:NL:PHR:2025:741Parket bij de Hoge Raad, 1 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Weigeren bloedonderzoek (163.6 WVW) en snelheidsovertreding. Het eerste middel is gericht tegen het oordeel dat het niet verbaliseren van geweld bij de aanhouding niet leidt tot…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6107Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (strafprocesrecht)

    Het hof heeft een verdachte wegens twee overtredingen van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9258Rechtbank Amsterdam, 16 september 2026 (europees strafrecht)

    Executie-EAB uit Roemenië. Artikel 12 OLW niet van toepassing, nu de opgeëiste persoon aanwezig is geweest op de zittingen die tot de veroordelingen hebben geleid. Artikel 6a OLW. opgeëiste persoon…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8890Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 september 2026 (strafrecht)

    Bewezenverklaring vervoer cocaine en hennep. Veroordeling tot taakstraf van 240 uren en een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6294Rechtbank Gelderland, 5 augustus 2026 (strafrecht)

    De rechtbank Gelderland veroordeelt een man tot een taakstraf van 120 uren voor het witwassen van een contant geldbedrag van € 21.500,00. In een verborgen ruimte boven het dashboardkastje lag een…

357 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.