Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 179 WVW

Geldt sinds 1 augustus 2021

  1. 1

    Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van de artikelen 5a, eerste lid, 6, 7, eerste lid, 8, 9, 162, derde lid, of 163, tweede, zesde of zevende lid, kan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.

  2. 2

    Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van de artikelen 5, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 41, eerste lid, 51, eerste lid, 61, 74 of 114, dan wel van de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen wegens overtreding van artikel 165, eerste lid, of artikel 166, eerste lid, kan hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.

  3. 3

    Bij veroordeling van de bestuurder van een motorrijtuig wegens overtreding van het bepaalde krachtens deze wet kan hem in die gevallen, waarin dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste twee jaren worden ontzegd.

  4. 4

    Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten in het eerste lid genoemd, nog geen vijf jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten de betrokkene de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste tien jaren worden ontzegd.

  5. 5

    Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten in het tweede lid genoemd of krachtens deze wet aangewezen, nog geen twee jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een der in het eerste lid bedoelde strafbare feiten de betrokkene de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste vier jaren worden ontzegd.

  6. 6

    Bij het opleggen van de bijkomende straf, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 vóór het tijdstip waarop de bijkomende straf ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die straf geheel in mindering gebracht.

  7. 7

    Voor de toepassing van dit artikel wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.

  8. 8

    Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

  9. 9

    Voor de toepassing van dit artikel wordt een strafbeschikking met een veroordeling gelijkgesteld.

  10. 10

    Voor de toepassing van het vierde onderscheidenlijk het vijfde lid, wordt onder vroegere onherroepelijke veroordeling mede verstaan een vroegere onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens feiten soortgelijk aan de feiten, bedoeld in het vierde onderscheidenlijk het vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:904Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Herziening. Twee veroordelingen in verband met overtreden maximumsnelheid. Is sprake van een 'novum'? AG: Uit een vergelijking van beide strafdossiers blijkt dat eerdere veroordeling…

  • ECLI:NL:PHR:2026:874Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8.2.a WVW 1994). Bestanddeel “onderzoek” a.b.i. art. 8.2.a WVW 1994. Sprake van schending strikte waarborgen nu uit uitslagformulier ademonderzoek…

  • ECLI:NL:PHR:2026:837Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die het rijbewijs al ingetrokken is geweest af te trekken van een (voorwaardelijke) ontzegging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:102Parket bij de Hoge Raad, 27 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Weigeren medewerking aan bloedonderzoek, art. 163 WVW 1994. 1. Sprake van "bevel" tot verlenen van medewerking aan bloedonderzoek? Volgens AG heeft hof uit context kunnen afleiden dat…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7360Rechtbank Midden-Nederland, 22 oktober 2026 (strafrecht)

    De verdachte heeft een verkeersongeval op de A6 veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. Het slachtoffer reed al bijna een halve minuut stapvoets en met waarschuwings- en…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7466Rechtbank Oost-Brabant, 21 oktober 2026 (strafrecht)

    De verdachte reed in juni 2025 met snelheden tot 126 km/u in de bebouwde kom en voerde gevaarlijke inhaalmanoeuvres uit. Daardoor kon hij uiteindelijk niet op tijd stoppen voor een overstekende…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7472Rechtbank Oost-Brabant, 21 oktober 2026 (strafrecht)

    De verdachte gedroeg zich als bestuurster van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend door met een te hoge snelheid een kruising te naderen, daarbij onvoldoende te letten op het verkeer en…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11056Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (strafrecht)

    De rechtbank Limburg heeft een 30-jarige man veroordeeld voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in Maastricht. Bij dit ongeval kwam een jongetje van 4 jaar om het leven en raakte zijn…

3.928 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.