Wegenverkeerswet 1994

WVW

Huidige tekst

Artikel 130 WVW

Geldt sinds 24 april 2021

  1. 1

    Indien bij de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld.

  2. 2

    Op de eerste vordering van de in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig, ten aanzien van wie een vermoeden als bedoeld in het eerste lid bestaat, verplicht tot overgifte van het hem afgegeven rijbewijs.

  3. 3

    De in het tweede lid bedoelde vordering wordt gedaan indien de betrokken bestuurder de veiligheid op de weg zodanig in gevaar kan brengen dat hem met onmiddellijke ingang de bevoegdheid dient te worden ontnomen langer als bestuurder van een of meer categorieën van motorrijtuigen, waarvoor het rijbewijs is afgegeven, aan het verkeer deel te nemen. Bij ministeriële regeling worden de gevallen aangewezen waarin daarvan sprake is. Het ingevorderde rijbewijs wordt gelijktijdig met de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan het CBR toegezonden.

  4. 4

    In geval van toepassing van het tweede lid kan het motorrijtuig, voor zover geen andere bestuurder beschikbaar is of de bestuurder niet aanstonds voldoet aan de vordering, onder toezicht of, voor zover degene die de vordering heeft gedaan, zulks nodig oordeelt, in bewaring worden gesteld. In het laatste geval zijn de artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde en vijfde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124, 5:10, 5:25, eerste en zesde lid, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Teruggave van het motorrijtuig vindt slechts plaats, indien aan de vordering is voldaan.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1539Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot…

  • ECLI:NL:PHR:2026:479Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1224Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling wegens rijden onder invloed, 455 microgram (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Strafvervolging na oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) in strijd met het ne…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1111Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Klacht m.b.t. verwerping verweer strekkende tot n-o OM i.v.m. recidiveregeling art. 123b WVW 1994. Conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep (art. 81 RO).

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9759Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Deze uitspraak gaat over het besluit van het CBR om aan eiser een rijvaardigheidsonderzoek op te leggen omdat sprake is van een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid. De rechtbank komt tot het…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13483Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Varia, opgelegde EMG. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CBR voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser de snelheidsovertreding heeft begaan en dat daarmee is voldaan aan de criteria vermeld in…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5785Raad van State, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Bij besluit van 1 maart…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6330Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2026 (bestuursrecht)

    LEMG - betrouwbaarheid PV - geen tegenbewijs geleverd - beroep ongegrond

1.139 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.