Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2790Zaaknummer 23-000444-26
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Publicatiedatum
- 2 oktober 2026
- Zaaknummer
- 23-000444-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikelen 163 lid 6 & 9 lid 2 Wegenverkeerswet. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, proeftijd 2 jaren. Taakstraf voor de duur van 100 uren. 10 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid. Verlenging proeftijd vordering tenuitvoerlegging.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-182520-25 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2024 parketnummer 96-031984-23, met een termijn van 1 (één) jaar.
Gewezen door mr. M.T.C. de Vries, in bijzijn van mr. A.T. Smith, griffier.
mr. M.T.C. de Vries
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 96-203464-25 en 96-182520-25, 96-031984-23 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-000444-26
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer,
van 25 september 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 maart 2026 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 2 en in de zaak met parketnummer 96-182520-25 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegdin de zaak met parketnummer 96-203464-25feit 1:op 11 april 2024 te Hoorn;
feit 2:op 11 april 2024 te Venhuizen, gemeente Drechterland;
en in de zaak met parketnummer 96-182520-25feit 1:op 4 november 2024 te Amsterdam;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-182520-25 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2024 parketnummer 96-031984-23, met een termijn van 1 (één) jaar.
Gewezen door mr. M.T.C. de Vries, in bijzijn van mr. A.T. Smith, griffier.
mr. M.T.C. de Vries
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 163 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 57 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 179 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.