Mededingingswet

Mw

Huidige tekst

Artikel 28 Mw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    In afwijking van artikel 27 wordt niet als concentratie beschouwd: a.het door banken, financiële instellingen of verzekeraars als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijk houden van deelnemingen die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving; b.het verkrijgen van zeggenschap door: 1°. vervallen; 2°. vervallen; 3°. personen als bedoeld in artikel 1:76, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht; 4°. bewindvoerders als bedoeld in artikel 3:162d van de Wet op het financieel toezicht; 5°. personen als bedoeld in artikel 3:175, negende lid, van de Wet op het financieel toezicht; c.het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, met inbegrip van participaties in een gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, door participatiemaatschappijen mits de aan de deelname verbonden stemrechten slechts worden uitgeoefend om de volle waarde van deze beleggingen veilig te stellen.

  2. 2

    De in het eerste lid, onder a, genoemde termijn kan op verzoek door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd wanneer de desbetreffende instellingen of verzekeraars aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:1344Hoge Raad, 30 september 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overgang fosfaatrechten (art. 25-31 Meststoffenwet). Is geldige titel voor overdracht in de zin van art. 3:84 lid 1 BW vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2022:577Parket bij de Hoge Raad, 17 juni 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Overdracht publiekrechtelijke vermogensrechten. Vallen verhuurde fosfaatrechten in het faillissement van de huurder? Titelvereiste art. 3:84 lid 1 BW en…

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:68Rechtbank Gelderland, 12 januari 2022 (goederenrecht)

    Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Gelden de vereisten van arti. 3:84 BW voor de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de fosfaatrechten naar het…

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:5986Rechtbank Gelderland, 10 november 2021 (civiel recht)

    Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met mogelijkheid van aanvulling door partijen inzake de vraag in wiens vermogen de fosfaatrechten vallen die bij RVO op naam van huurder staan…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.