Mededingingswet

Mw

Huidige tekst

Artikel 13 Mw

Geldt sinds 1 augustus 2014

  1. 1

    Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die de handel tussen de lid-staten van de Europese Unie niet ongunstig kunnen beïnvloeden of waardoor de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet wordt verhinderd, beperkt of vervalst doch die, indien dat wel het geval zou zijn, zouden zijn vrijgesteld krachtens een verordening als bedoeld in artikel 12.

  2. 2

    De Autoriteit Consument en Markt kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens het eerste lid artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien zich omstandigheden voordoen als die welke krachtens de desbetreffende verordening kunnen leiden tot de buitentoepassingverklaring van die verordening.

  3. 3

    Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  4. 4

    De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ4163Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2013 (civiel recht)

    Contractenrecht. Procesrecht. Opzegging duurovereenkomst voor onbepaalde tijd; maatstaf; eisen van redelijkheid en billijkheid. Wijziging (grondslag) eis bij pleidooi; twee-conclusie-regel; grenzen…

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA3745Parket bij de Hoge Raad, 7 juni 2013 (civiel recht)

    Mededingingsrecht. Exclusief afnamebeding voor motorbrandstoffen in overdrachtsakten percelen grond. Beperking mededinging? Art. 6 lid 1 Mw. Maatstaf. Kunnen exclusieve afnamebedingen tot doel hebben…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ2213Parket bij de Hoge Raad, 16 september 2011 (civiel recht)

    Nederlands Mededingingsrecht. Vraag of een als duurovereenkomst te kwalificeren overeenkomst tot stand is gekomen; eenzijdige gerichte rechtshandelingen als de opzegging van een duurovereenkomst…

  • ECLI:NL:HR:2011:BQ2809Hoge Raad, 8 juli 2011 (civiel recht)

    EG-recht. Uitleg art. 5 onder a van verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale…

  • ECLI:NL:RBMNE:2018:1117Rechtbank Midden-Nederland, 14 maart 2018 (verbintenissenrecht)

    Franchiseovereenkomst. Postcontractueel nonconcurrentiebeding is niet in strijd met het mededingingsrecht. Een beroep op dit beding is niet onaanvaardbaar als bedoeld in artikel 6:248 lid2 BW

  • ECLI:NL:GHARL:2013:7702Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 oktober 2013 (civiel recht)

    Mededingingsrecht. Contractueel en post-contractueel niet-concurrentiebeding in verticale overeenkomst tussen fabrikant / importeur van speelgoed en groothandel in speelgoed. Kan derde (concurrent…

  • ECLI:NL:GHARN:2012:BY6508Gerechtshof Arnhem, 11 december 2012 (civiel recht)

    Stelplicht bij artikel 6 lid 1 Mw. en artikel 101, lid 1 VWEU

  • ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0258Gerechtshof Amsterdam, 26 juni 2012 (civiel recht)

    Mededingingsrecht, strijd met artikel 6 Mw.? Nietigheid, gevolgen huurovereenkomst

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.