Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Huidige tekst

Artikel 16 Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Geldt sinds 1 januari 2022

WIA- en WAO-dagloon 1 Het dagloon van uitkeringen op grond van de Wet WIA en de WAO is de uitkomst van de volgende berekening: (A – B + C) / D waarbij: A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers; B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag; C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en D staat voor 261. 2 In een gebroken aangiftetijdvak worden de factoren A, B en C berekend door het loon, de vakantiebijslag of de bedragen voor opbouw of opname van een arbeidsvoorwaardenbedrag in dat tijdvak te vermenigvuldigen met de breuk Y/Z waarbij: Z staat voor het aantal dagloondagen in het gebroken aangiftetijdvak binnen de dienstbetrekking of de uitkeringsverhouding; en Y staat voor het aantal dagloondagen van Z dat binnen de referteperiode valt. Indien Z nul is, wordt de uitkomst van deze berekening op nihil gesteld. 3 Indien het loon in de referteperiode geheel of gedeeltelijk heeft bestaan uit een uitkering wordt voor de toepassing van het eerste lid het bedrag van de uitkering gesteld op de uitkomst van de volgende berekening: ((100 x E) / F) waarbij: E staat voor de uitkering; en F staat voor: a. 70, dan wel b. indien het uitkeringspercentage op grond van de ZW, de WAO, hoofdstuk 6 van de Wet WIA of van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo hoger is dan 70, het uitkeringspercentage waarnaar de uitkering is berekend; of c. 100, indien artikel 53 of 63 van de Wet WIA van toepassing is, dan wel d. indien de teller van de factor, bedoeld in artikel 53 of 63 van de Wet WIA lager is, de waarde van die teller. 4 Voor zover het derde lid van toepassing is, wordt voor de toepassing van het eerste lid, het bedrag van de vakantiebijslag behorende bij de uitkeringen bedoeld in het derde lid, gesteld op de uitkomst van de volgende berekening: (100 x G) / H waarbij: G staat voor de vakantiebijslag die in het in aanmerking te nemen tijdvak is genoten; en H gelijk is aan de factor F, bedoeld in het derde lid. 5 Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen de laatste dag van die dienstbetrekking en de dag waarop de rechtens geldende opzegtermijn eindigt, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1340Centrale Raad van Beroep, 7 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte WIA-dagloon. Juiste referteperiode. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat het Uwv de stagevergoeding die appellante heeft ontvangen van werkgever 2 terecht heeft…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1343Centrale Raad van Beroep, 7 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het Uwv heeft het dagloon van de toegekende WIA-uitkering terecht vastgesteld op € 98,58. Juiste referteperiode en aangiftetijdvak. Het Uwv heeft het dagloon overeenkomstig de artikelen 13 en 16 van…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1217Centrale Raad van Beroep, 16 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte WIA-dagloon. Juiste referteperiode. Het Uwv heeft het dagloon berekend op grond van de beschikbare loongegevens uit de polisadministratie. Toepassing artikel 13, lid 1…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1219Centrale Raad van Beroep, 16 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het Uwv heeft het dagloon van de toegekende WIA-uitkering terecht vastgesteld op € 100,34. Geen toepassing van artikel 18 van het Dagloonbesluit (starters en herintreders). Geen sprake van bijzondere…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1131Centrale Raad van Beroep, 26 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte WIA-dagloon en hoogte toeslag. Juiste referteperiode. Het Uwv is terecht uitgegaan van het totale sv-loon dat appellante in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 mei 2021 heeft…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1078Centrale Raad van Beroep, 12 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv het dagloon van de per 16 mei 2023 aan appellante toegekende WIAuitkering terecht heeft vastgesteld op € 182,90. Appellante heeft aangevoerd dat sprake is…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:9003Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de hoogte van haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:903Centrale Raad van Beroep, 1 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling hoogte dagloon voor IVA-uitkering. Geen medische afzakker. Het Uwv heeft, uitgaande van 5 februari 2021 als eerste ziektedag, het WIA-dagloon berekend in overeenstemming met de daarvoor…

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.