Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Huidige tekst

Artikel 2 Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Geldt sinds 29 juni 2018

Referteperiode voor WW 1 Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van één jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden. 2 In afwijking van het eerste lid, is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste lid, een eerder recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste werkloosheidsdag van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden als bedoeld in het eerste lid. 3 In afwijking van het tweede lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies, indien de eerste werkloosheidsdag van het eerdere recht is gelegen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het tweede lid. 4 In afwijking van het eerste lid is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste lid, geen recht op loon bestond of geen loon is genoten. In dat geval is de referteperiode de periode vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden. 5 In afwijking van het eerste lid begint de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW op de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, is aangevangen na het begin van de referteperiode als bedoeld in het eerste lid. De referteperiode eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden. 6 In afwijking van het vijfde lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies, indien de desbetreffende dienstbetrekking is aangevangen na afloop van de referteperiode, bedoeld in het vijfde lid. 7 Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste en tweede lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden. 8 In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt onder referteperiode verstaan de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, indien: a.na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet WIA geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA ontstond, omdat de verzekerde minder dan 35% arbeidsongeschikt was; of b.op of na de dag waarop het tijdvak van 52 weken, bedoeld in artikel 19aa, eerste lid, van de ZW, maar voordat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van die wet, is verstreken, niet langer recht op een uitkering op grond van de ZW bestond, omdat de verzekerde minder dan 35% arbeidsongeschikt was. 9 In afwijking van het achtste lid eindigt de referteperiode, indien de aanspraak op uitkering berust op artikel 46 van de ZW, op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:744Centrale Raad van Beroep, 20 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht het ZW-dagloon heeft vastgesteld op € 92,14 en het WW-dagloon op € 129,60. Volgens appellante moeten bepalingen uit het Dagloonbesluit buiten…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1797Rechtbank Noord-Nederland, 8 mei 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak gaat over de hoogte van de uitkering van betrokkene op grond van de Werkloosheidswet. Betrokkene is het niet eens met de berekening van zijn dagloon. De rechtbank heeft het beroep…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:4515Rechtbank Gelderland, 21 mei 2025 (bestuursprocesrecht)

    Aan eiser is een WW-uitkering toegekend. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van het dagloon. Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft gelet op het Dagloonbesluit, waarin een…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1495Centrale Raad van Beroep, 16 juli 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Verzoek om terug te komen van. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of het Uwv bij de vaststelling van het dagloon op grond van het evenredigheidsbeginsel van de voorgeschreven referteperiode…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1504Centrale Raad van Beroep, 3 augustus 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Hoogte dagloon. Berekening van het dagloon van WW-recht 2. Evenredige verlaging van de daglonen bij samenloop van uitkeringen en verrekening met arbeidsinkomen. Geen inbreuk op het eigendomsrecht.

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:4843Rechtbank Noord-Holland, 29 maart 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing van een verzoek om schadevergoeding in de zin van artikel 8:91 van de Awb.

  • ECLI:NL:CRVB:2022:1988Centrale Raad van Beroep, 14 september 2022 (socialezekerheidsrecht)

    WW-dagloon juist vastgesteld. Het dagloon is overeenkomstig artikel 2, achtste lid, aanhef en onder a, van het Dagloonbesluit vastgesteld. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat dit artikel…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:4641Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2021 (bestuursrecht)

    WW

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.