Zorgverzekeringswet

Zvw

Huidige tekst

Artikel 18d Zvw

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    De verzekeringnemer is vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin het CAK de melding, bedoeld in artikel 18c, heeft ontvangen aan het CAK een bij ministeriële regeling te bepalen, bestuursrechtelijke premie van ten minste 110% en ten hoogste 130% van de gemiddelde premie verschuldigd.

  2. 2

    De premie, bedoeld in het eerste lid, is niet meer verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin: a.de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of tenietgaan, b.de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in de Faillissementswet, op de verzekeringnemer van toepassing wordt, c.door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een overeenkomst als bedoeld in artikel 18c, tweede lid, onderdeel d, is gesloten, door diens tussenkomst een buitengerechtelijke schuldregeling tot stand is gekomen waarin, naast de verzekeringnemer, ten minste zijn zorgverzekeraar deelneemt, of de zorgverzekeraar met de verzekeringnemer een betalingsregeling is overeengekomen, of d.de verzekeringnemer aan bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden voldoet.

  3. 3

    Ten behoeve van de toepassing van het tweede lid stelt de zorgverzekeraar het CAK, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, onverwijld op de hoogte van de datum waarop een situatie als bedoeld in onderdeel a, b of c van dat lid van toepassing wordt.

  4. 4

    In afwijking van het eerste en tweede lid is de verzekeringnemer wederom aan het CAK bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand: a.waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 350, derde lid, onderdeel c, d, e, f, of g, van de Faillissementwet, is beëindigd, b.waarin hij zich, blijkens een melding van zijn zorgverzekeraar, aan deelname aan een op hem van toepassing zijnde overeenkomst of regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft onttrokken voordat hij de in de desbetreffende overeenkomst of regeling neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is nagekomen of c.waarin hij niet meer voldoet aan bij de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, te bepalen voorwaarden.

  5. 5

    Indien in het in het vierde lid, onderdeel b, bedoeld geval een door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, tot stand gekomen overeenkomst of regeling betreft, dient de melding, bedoeld in dat onderdeel mede door een schuldhulpverlener te zijn ondertekend.

  6. 6

    Bij ministeriële regeling wordt bepaald hoe de gemiddelde premie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:806Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2015 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:5350Rechtbank Limburg, 4 juni 2025 (bestuursrecht)

    Het recht op zorgtoeslag. Bij de berekening van het recht op zorgtoeslag wordt uitgegaan van de inkomensgegevens van eiser en zijn toeslagpartner, zoals die door de inspecteur van de belastingdienst…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:2096Rechtbank Limburg, 7 maart 2025 (bestuursrecht)

    Hoewel het begrijpelijk is dat het voor eisers niet meer duidelijk is waarom verweerder met verschillende besluiten de zorg- en huurtoeslag over 2019 (steeds) opnieuw heeft vastgesteld en waarom…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:1626Rechtbank Limburg, 21 februari 2025 (bestuursrecht)

    Bij het bepalen van de hoogte van het inkomen van eiser, is terecht uitgegaan van de inkomensgegevens zoals die zijn opgenomen in de basisregistratie inkomen. Belastingdienst Toeslagen heeft op grond…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:7431Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 oktober 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Zorgtoeslag over het jaar 2021 | Inkomensgegevens | Peiljaarverlegging

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:5913Rechtbank Limburg, 2 september 2024 (bestuursrecht)

    De hoogte van de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget zijn op goede gronden vastgesteld op het gezamenlijke toetsingsinkomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1249Centrale Raad van Beroep, 4 juni 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag bijzondere bijstand. Vaststelling draagkracht. Hoger beroep bestuursorgaan. Bij de vaststelling van de draagkracht mag het college wel het premiedeel van de bestuursrechtelijke zorgpremie in…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:981Rechtbank Noord-Nederland, 21 maart 2024 (bestuursrecht)

    Herziene voorschotbeschikking zorgtoeslag. Zorgtoeslag is een tegemoetkoming in de premie voor een zorgverzekering. Omdat eiser in een periode geen premie heeft betaald voor de zorgverzekering, heeft…

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.