Zorgverzekeringswet

Zvw

Huidige tekst

Artikel 13a Zvw

Geldt sinds 16 december 2017

  1. 1

    De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat de verzekerde die behoefte heeft aan verpleging en verzorging die niet gepaard gaat met verblijf in verband met geneeskundige zorg, desgevraagd altijd in aanmerking komt voor een passende vergoeding in de vorm van een Zvw-pgb. De zorgverzekeraar stelt de verzekerde met deze vergoeding in staat in de praktijk zorg of een andere dienst te betrekken, die is afgestemd op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden.

  2. 2

    De zorgverzekeraar treedt, na de in het eerste lid bedoelde aanvraag en voorafgaand aan het verstrekken van het Zvw-pgb, in contact met de verzekerde. De zorgverzekeraar informeert de verzekerde over de in het derde lid en andere bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden of beperkingen en beoordeelt de geschiktheid van verzekerde om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb.

  3. 3

    De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst de voorwaarden op waaronder de verzekerde in aanmerking komt voor een Zvw-pgb.

  4. 4

    De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat de verzekerde ook in aanmerking kan komen voor een Zvw-pgb indien de kosten die de verzekerde maakt voor het betrekken van de desbetreffende zorg of andere dienst hoger zijn dan de vergoeding in de vorm van het Zvw-pgb, mits het verschil voor rekening van de verzekerde komt.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de voorwaarden die aan de verzekerde of diens vertegenwoordiger worden gesteld om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a.de inhoud van de zorg waarvoor een Zvw-pgb wordt verstrekt; b.het uitzonderen van vormen van zorg of overige diensten van het Zvw-pgb; c.het met een Zvw-pgb vergoeden van andere vormen van zorg of overige diensten die onmiddellijk samenhangen met verpleging en verzorging die niet gepaard gaat met verblijf in verband met geneeskundige zorg; d.de mate van vergoeding die de zorgverzekeraar de verzekerde ten minste moet of ten hoogste mag bieden.

  7. 7

    De zorgverzekeraar wijst de verzekerde bij de aanvraag op het recht op cliëntondersteuning, bedoeld in artikel 2.2.4, eerste lid, onder a, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  8. 8

    Bij ministeriële regeling kan een publiekrechtelijke rechtspersoon worden aangewezen die de verzekerde met een Zvw-pgb op diens verzoek ondersteunt bij het verkrijgen van de vergoeding van zijn zorgverzekeraar voor en zijn werkgeverstaken of opdrachtgeverschap in verband met de door verzekerde betrokken zorg of diensten.

  9. 9

    In de ministeriële regeling, bedoeld in het achtste lid, kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de ondersteuning en over de verstrekking van een jaarlijkse rijksbijdrage voor de uitvoering van de ondersteuning.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24549Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Eisers vorderen vernietiging van een bindend advies waarin het verzoek werd afgewezen om de zorgverzekeraar het formele tarief te laten vergoeden voor een zorgverlener (in plaats van het lagere…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:14433Rechtbank Noord-Holland, 9 december 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Artikel 2b eerste lid, aanhef en onder a, en het tiende lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. Brief waartegen bezwaar is gemaakt is geen besluit. De toekenning van het ziekengeld volgt uit de…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:311Centrale Raad van Beroep, 13 februari 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing verzoek om een eenmalige uitkering op de grond dat een eenmalige uitkering niet mogelijk is bij een budget op grond van de Zvw. De Rechtbank heeft het besluit op bezwaar ten onrechte…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5019Rechtbank Amsterdam, 9 augustus 2023 (civiel recht)

    Terugvordering van pgb-gelden. Nasleep van zogenoemde "Dolia-fraude". Verzekerde heeft niet voldaan aan haar verplichting tot het verschaffen van inlichtingen en bescheiden, artikel 7:941 lid 2 BW.…

  • ECLI:NL:CRVB:2020:2449Centrale Raad van Beroep, 25 augustus 2020 (socialezekerheidsrecht)

    Na tussenuitspraak. Het Uwv heeft onderzoek verricht. Daaruit is gebleken dat appellant een PGB ontvangt dat is bedoeld voor persoonlijke verzorging en verpleging. Verder is uit het onderzoek…

  • ECLI:NL:GHSHE:2020:1435Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 april 2020 (verbintenissenrecht)

    Hoger beroep. Zorgverzekering. De verzekerde hoefde niet redelijkerwijs te verwachten dat zijn BIG-geregistreerde partner in het verzekeringsjaar 2016 niet langer als “professioneel” zorgverlener zou…

  • ECLI:NL:GHSHE:2019:4554Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 december 2019 (civiel recht)

    Voor de wijziging van het woord “verbod” in “gebod” in de vordering is geen wijziging van eis nodig nu uit de tekst van de vordering volgt dat het woord “gebod” had moeten zijn gebruikt. Het hof…

  • ECLI:NL:RBGEL:2017:5379Rechtbank Gelderland, 20 september 2017 (civiel recht)

    Verzekeringsrecht. Kernvraag is of eiser, die een premieachterstand heeft, in plaats van voor een (niet-)gecontracteerde zorgaanbieder ook kan kiezen voor een PGB, waarmee hij zelf de benodigde zorg…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.