Zorgverzekeringswet

Zvw

Huidige tekst

Artikel 122a Zvw

Geldt sinds 19 maart 2020

  1. 1

    Het CAK verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan: a.vreemdelingen als bedoeld in artikel 8, onderdelen f of h, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover het betreft vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, dan wel vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift naar aanleiding van een beslissing als hiervoor bedoeld en deze procedure krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing in Nederland mogen afwachten, en b.vreemdelingen als bedoeld in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000.

  2. 2

    Onder medisch noodzakelijke zorg wordt verstaan zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11 van deze wet of in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van zorg of diensten, en slechts voor zover de zorgaanbieder verstrekking ervan, gezien de aard van de prestaties en de verwachte duur van het verblijf van de vreemdeling, medisch noodzakelijk acht.

  3. 3

    Geen bijdrage wordt verstrekt voor zover de kosten voor de verleende zorg: a.op de vreemdeling of een verzekeraar van de vreemdeling kunnen worden verhaald, b.op grond van een andere wettelijke bepaling kunnen worden vergoed, of c.hoger zijn dan de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen bij overeenkomstige toepassing van artikel 11, met dien verstande dat geen aftrek plaatsvindt van het deel van de kosten dat voor rekening van de verzekerde zou komen.

  4. 4

    Indien zorg is verleend die aan verzekerden doorgaans zonder verwijzing of recept wordt verleend, bedraagt de bijdrage: a.100% van de kosten die verband houden met zwangerschap en bevalling, en b.80% van de kosten in de overige gevallen, voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of kunnen worden betaald of buiten beschouwing dienen te blijven.

  5. 5

    In bijdragen als bedoeld in het eerste lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het CAK en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten.

  6. 6

    Indien een zorgaanbieder zowel in zorg als bedoeld in het vierde lid als in zorg als bedoeld in het vijfde lid kan voorzien, kan een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid zich tevens uitstrekken over de in het vierde lid bedoelde zorg en kunnen in die overeenkomst van het vierde lid afwijkende afspraken worden gemaakt.

  7. 7

    Het CAK zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het CAK daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

  8. 8

    Het voor de bijdragen in een kalenderjaar beschikbare bedrag wordt voor 1 december van het daaraan voorafgaande jaar door Onze Minister vastgesteld.

  9. 9

    Het bedrag, bedoeld in het achtste lid, wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het CAK afzonderlijk beheerd en geadministreerd.

  10. 10

    De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het CAK of door het CAK aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:918Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2016 (civiel recht)

    Medezeggenschap in zorginstelling. Criteria voor verplichting tot instellen van cliëntenraad op grond van art. 2 Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Onderlinge verhouding tussen de…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:40Centrale Raad van Beroep, 14 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 te verstrekken. Terecht geoordeeld dat ongedocumenteerden, gelet op het koppelingsbeginsel, geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen op…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27808Rechtbank Den Haag, 27 november 2025 (vreemdelingenrecht)

    Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:14563Rechtbank Den Haag, 5 september 2024 (civiel recht)

    Kort geding. Eiseres heeft met het CAK overeenkomsten gesloten voor 2022, 2023 en 2024 voor het verlenen van zorg aan onverzekerbare vreemdelingen. Eiseres heeft declaraties ingediend voor de zorg…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:8584Rechtbank Den Haag, 12 juni 2023 (vreemdelingenrecht)

    Het verzoek om een voorlopoge voorziening te treffen is afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Het is onvoldoende onderbouwd dat verzoekster in acute financiele nood komt.

  • ECLI:NL:RVS:2022:1922Raad van State, 6 juli 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 27 oktober 2020 en 5 februari 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvragen van de stichting om subsidie te verlenen op grond van de Subsidieregeling…

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:5043Rechtbank Midden-Nederland, 11 oktober 2021 (bestuursrecht)

    Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden. Eiser kan alleen in VECOZO controleren of iemand verzekerd is en kan geen verdere navraag doen. Aanvragen zijn ten onrechte afgewezen.…

  • ECLI:NL:RVS:2019:3281Raad van State, 30 september 2019 (vreemdelingenrecht)

    Op 12 augustus 2016 heeft de staatssecretaris de vreemdeling de feitelijke toegang tot de vrijheidsbeperkende locatie te Ter Apel, gemeente Westerwolde (hierna: de VBL), geweigerd.

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.