Zorgverzekeringswet

Zvw

Huidige tekst

Artikel 32 Zvw

Geldt sinds 1 juli 2019

  1. 1

    Het Zorginstituut kent een zorgverzekeraar die voldaan heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 25, voor ieder kalenderjaar waarin hij zorgverzekeringen aanbiedt en uitvoert een vereveningsbijdrage toe.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur worden regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld.

  3. 3

    De regels, bedoeld in het tweede lid, bepalen ten minste dat de hoogte van de vereveningsbijdrage wordt berekend op basis van bij die maatregel te bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijke criteria, waaronder in ieder geval het aantal verzekerden bij een zorgverzekeraar en een aantal verzekerdenkenmerken.

  4. 4

    Bij ministeriële regeling: a.wordt voor 1 oktober van ieder jaar bepaald welk bedrag in totaal voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de zorgverzekeraars kan worden toegekend; b.kan worden bepaald dat in aanvulling op de criteria, bedoeld in het derde lid, voor de berekening van de hoogte van de vereveningsbijdragen eenmalig rekening wordt gehouden met een bij die regeling te bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijk criterium; c.wordt statistisch onderbouwd aan elk criterium als bedoeld in het derde lid of aan een criterium als bedoeld in onderdeel b een bijdrage gekoppeld; d.worden nadere regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld en wordt geregeld hoe de op grond van het eerste lid toegekende vereveningsbijdragen door het Zorginstituut worden betaald.

  5. 5

    Het Zorginstituut stelt jaarlijks voor 15 oktober beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het vierde lid bedoelde regels.

  6. 6

    De toekenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de vereveningsbijdrage wordt gegeven.

  7. 7

    De beleidsregels, bedoeld in het vijfde lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

  8. 8

    Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor: a.de bepaling van de criteria, bedoeld in het derde lid of het criterium, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, of b.de statistische onderbouwing van de aan de criteria krachtens het vierde lid, onderdeel c, gekoppelde bijdragen.

  9. 9

    Onze Minister verwerkt op grond van het achtste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd.

  10. 10

    Artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene verordening gegevensbescherming, is bij de verwerking door Onze Minister niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:1745Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2014 (civiel recht)

    Gezondheidsrecht. Vordering tegen zorgverzekeraar tot vergoeding geneesmiddel buiten verzekerd pakket; zeldzame ziekte; verzekerde (kind) voldoet niet aan één van de voorwaarden in de Regeling…

  • ECLI:NL:RVS:2026:2583Raad van State, 6 mei 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft Zorginstituut Nederland aan ASR een vereveningsbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet voor het jaar 2024 toegekend. ASR is het niet eens met de hoogte van…

  • ECLI:NL:CBB:2024:435College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 juli 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek van een zorgaanbieder aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om handhavend op te treden tegen een zorgverzekeraar. Volgens de zorgaanbieder krijgt zij ten onrechte niet het door haar…

  • ECLI:NL:CBB:2024:436College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 juli 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek van een zorgaanbieder aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om handhavend op te treden tegen een zorgverzekeraar. Volgens de zorgaanbieder krijgt zij ten onrechte niet het door haar…

  • ECLI:NL:CBB:2024:437College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 juli 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek van een zorgaanbieder aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om handhavend op te treden tegen een zorgverzekeraar. Volgens de zorgaanbieder krijgt zij ten onrechte niet het door haar…

  • ECLI:NL:RVS:2024:149Raad van State, 17 januari 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 januari 2016 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het handhavingsverzoek van Vrijbit afgewezen. Bij besluit van 16 december 2021 heeft de AP het bezwaar van Vrijbit gegrond…

  • ECLI:NL:CBB:2023:615College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 november 2023 (bestuursrecht)

    Wmg. Aanwijzing van de NZa aan een zorgverzekeraar om de polisvoorwaarden voor zover die zien op de regeling voor farmaceutische zorg in twee verzekeringen in overeenstemming te brengen met wet- en…

  • ECLI:NL:RVS:2023:2672Raad van State, 12 juli 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het Zorginstituut Nederland de vereveningsbijdrage voor ONVZ voor het jaar 2018 definitief vastgesteld in overeenstemming met de tweede voorlopige vaststelling van…

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.