Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 6.10 WSF

Geldt sinds 1 augustus 2023

Draagkracht debiteur uit inkomen op jaarbasis 1 Maatstaf voor de vaststelling van de draagkracht van de debiteur uit inkomen is het totaal van zijn toetsingsinkomen en dat van zijn partner in het peiljaar. Het aldus bepaalde inkomen is het draagkrachtinkomen. 2 Op het draagkrachtinkomen wordt in mindering gebracht de draagkrachtvrije voet. Deze voet is voor de terugbetaling van een lening beroepsonderwijs dan wel een lening hoger onderwijs gelijk aan: a.143% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur met partner; b.143% van het belastbaar minimumloon voor een debiteur die in het peiljaar een ouder zonder partner is; of c.100% van het belastbaar minimumloon voor overige debiteuren zonder partner. 3 De draagkracht van de debiteur uit inkomen is voor de terugbetaling van een lening beroepsonderwijs dan wel een lening hoger onderwijs 4% van het inkomen boven de draagkrachtvrije voet. 4 Indien het bedrag van de draagkracht lager is dan het bedrag van de termijnbetaling betaalt de debiteur, in afwijking van dat artikel, het bedrag van zijn draagkracht. 5 Voor de toepassing van dit artikel, wordt indien het toetsingsinkomen in het peiljaar nog niet bekend is, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het vast te stellen toetsingsinkomen benadert. 6 Het vierde lid is niet van toepassing indien het voor Onze Minister niet mogelijk is op grond van het vijfde lid bij benadering een bedrag vast te stellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1150Centrale Raad van Beroep, 5 juni 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling van de draagkracht uit inkomen in verband met het aflossen van een studieschuld. De inspecteur is niet bevoegd om het NiNbi van appellant en zijn partner in het peiljaar vast te stellen.…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1152Centrale Raad van Beroep, 5 juni 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling van de draagkracht uit inkomen in verband met het aflossen van een studieschuld. Voor appellante moet daarvoor het zogeheten Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) worden…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:4946Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juli 2023 (socialezekerheidsrecht)

    WSFBSF

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:1434Rechtbank Midden-Nederland, 14 april 2022 (bestuursrecht)

    Maandbedrag aflossing studiefinanciering. Toetsingsinkomen vs. besteedbaar inkomen. Verweerder kan geen rekening houden met vaste lasten eiseres. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:886Rechtbank Den Haag, 20 januari 2022 (bestuursrecht)

    Studiefinanciering. Verweerder is bij draagkrachtberekening van medewerker bij de Europese Commissie uitgegaan van onjuiste inkomensgegevens. De "household allownaces" en de "dependent child…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:14555Rechtbank Den Haag, 22 december 2021 (bestuursrecht)

    Eiser is woonachtig in Spanje en geniet daar inkomsten die niet in Nederland belastbaar zijn. In geschil is of verweerder bij de berekening van het af te lossen bedrag uit is gegaan van de juiste…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:14556Rechtbank Den Haag, 22 december 2021 (bestuursrecht)

    Eiser woont in België en heeft inkomsten die niet in Nederland belastbaar zijn. In geschil is of verweerder bij de berekening van het af te lossen bedrag per maand is uit gegaan van de juiste…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:14463Rechtbank Den Haag, 26 november 2020 (bestuursrecht)

    X moet studiefinanciering terugbetalen. In geschil is het vastgestelde maandelijkse aflossingsbedrag. Rechtbank Den Haag oordeelt dat het aflossingsbedrag niet op een lager bedrag gesteld kan worden…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.