Wet studiefinanciering 2000

WSF

Huidige tekst

Artikel 3.29 WSF

Geldt sinds 1 april 2023

Vergoeding bij geen reisrecht 1 Wanneer een student door toedoen van Onze Minister over een periode ten onrechte geen gebruik kan maken van het reisrecht, heeft hij over die periode jegens Onze Minister aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.27, tweede lid, onder b, mits hij meer dan 8 weken vóór het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze reisvoorziening heeft ingediend. 2 De student vraagt de vergoeding aan binnen 2 weken na de dag waarop hij op de aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, binnen 2 weken na de dag waarop voor het eerst zijn recht op studiefinanciering inging. 3 De student heeft geen recht op enige vergoeding: a.wegens het geen of slechts gedeeltelijk gebruik maken van het reisrecht, of b.in geval van inname, verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de drager, bedoeld in artikel 3.25, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:132Rechtbank Midden-Nederland, 27 januari 2025 (bestuursrecht)

    Verzoek schadevergoeding vanwege met terugwerkende kracht toekennen reisproduct. Afwijzing.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:11665Rechtbank Rotterdam, 12 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Wsf 2000. Afwijzing van een verzoek om schadevergoeding voor het niet kunnen gebruiken van een studentenreisproduct.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:12321Rechtbank Den Haag, 29 augustus 2023 (bestuursrecht)

    De rechtbank is met verweerder van oordeel dat artikel 3.29, eerste lid, van de Wsf 2000 niet van toepassing is op onderhavige situatie. Artikel 3.29 van de Wsf 2000 is bedoeld voor studenten aan wie…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:6107Rechtbank Den Haag, 26 april 2023 (bestuursrecht)

    Studiefinanciering toegekend met terugwerkende kracht; verweerder heeft terecht geen forfataire schadevergoeding toegekend vanwege mislopen reisproduct; eiser heeft schade niet aannemelijk gemaakt…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:5813Rechtbank Den Haag, 17 april 2023 (bestuursrecht)

    Verweerder heeft het verzoek om schadevergoeding terecht aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Omdat de schade niet met objectieve en verifieerbare stukken is onderbouwd…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:8381Rechtbank Den Haag, 17 april 2023 (bestuursrecht)

    Verweerder heeft het verzoek om schadevergoeding terecht aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Eiser heeft de gestelde schade niet met objectieve en verifieerbare stukken…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:1422Rechtbank Noord-Holland, 23 februari 2023 (socialezekerheidsrecht)

    Wsf 2000, aanvraag schadevergoeding studentenreisproduct, artikel 8:88, eerste lid onder a van de Awb

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:7920Rechtbank Amsterdam, 19 december 2022 (bestuursrecht)

    Recht op schadevergoeding gemist reisproduct waarbij recht op studiefinanciering achteraf is vastgesteld. Artikel 3.29, eerste lid van de Wsf 2000 niet expliciet van toepassing. Hoogte kan nog wel…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.